ECLI:NL:CBB:2012:BY2804
public
2015-11-12T10:48:02
2013-04-05
Raad voor de Rechtspraak
BY2804
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2012-10-09
AWB 12/591
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Bestuursrecht
Regeling GLB-inkomenssteun 2006 6:18
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2012:BY2804
public
2013-04-05T11:06:27
2012-11-12
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2012:BY2804 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-10-2012 / AWB 12/591

bip bob bevoegdheid

bedrijfstoeslag

inkomenssteun

bezwaarschrift

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 12/591 9 oktober 2012

5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Uitspraak in de zaak van:

A B.V., te B, appellante,

tegen

de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 5 april 2012 heeft verweerder de bedrijfstoeslag van appellante op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (hierna: de Regeling) voor het jaar 2007 gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief gedateerd 15 april 2012, bij verweerder binnengekomen op 15 mei 2012, een bezwaarschrift ingediend.

Bij brief van 19 juni 2012 heeft verweerder het bezwaarschrift doorgezonden aan het College ter behandeling als beroepschrift.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen.

2.2 Bij besluit van 28 juni 2008 heeft verweerder de bedrijfstoeslag van appellante voor het jaar 2007 op grond van de Regeling vastgesteld. Bij besluit van 17 februari 2009 heeft verweerder beslist op het hiertegen door appellante gemaakte bezwaar. Daarbij is, ook na heroverweging, het perceel met volgnummer 13 niet voor de uitbetaling van toeslagrechten in aanmerking gebracht. Tegen dit besluit is geen beroep ingesteld.

2.3 Het nu bestreden besluit van 5 april 2012 behelst een aangepaste vaststelling van de bedrijfstoeslag voor 2007. Uit het bijgevoegde overzicht blijkt dat verweerder bij nader inzien ook perceel nummer 1 met een oppervlakte van 1,50 hectare heeft afgewezen. Vergeleken met het besluit van 17 februari 2009 leidt dit tot een extra kortingsbedrag van

€2.716,26. Hiertegen richt zich het bezwaar van appellante.

2.4 Verweerder stelt zich op het standpunt dat hier geen sprake is van een (nieuw) primair besluit, maar van een wijziging van de beslissing op bezwaar van 17 februari 2009, waartegen direct beroep openstaat. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van het College van 4 mei 2011 (LJN: BQ4968), waaruit volgens verweerder blijkt dat een nieuw besluit inzake de vaststelling van de bedrijfstoeslag, nadat er reeds eerder een beslissing op bezwaar genomen is over dat betreffende premiejaar, niet als een primair besluit maar als een wijziging van de beslissing op bezwaar moet worden aangemerkt.

2.5 Het College volgt verweerder hierin niet, en overweegt daartoe als volgt.

Het besluit van 5 april 2012 is niet in bezwaar of administratief beroep genomen, terwijl ook geen sprake is van een andere in artikel 7, eerste lid, van de Awb genoemde uitzonderingssituatie. Hieruit volgt dat appellante, alvorens beroep in te stellen, eerst bezwaar diende te maken. Appellante heeft dus terecht een bezwaarschrift ingediend en verweerder heeft het bezwaar ten onrechte doorgezonden ter behandeling als beroepschrift.

In het geschil dat leidde tot de door verweerder aangehaalde uitspraak van 4 mei 2011 was het aangevochten besluit gewijzigd binnen de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel. In die specifieke situatie heeft het College ervoor gekozen om het gewijzigde besluit met analoge toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb bij de beoordeling van het beroep te betrekken. Anders dan verweerder veronderstelt heeft het College niet beoogd om in algemene zin als uitgangspunt te hanteren dat een wijziging van de beslissing op bezwaar zelf ook als een beslissing op bezwaar geldt waartegen direct beroep openstaat.

2.6 Uit het vorenstaande volgt dat het College nog niet van het geschil kennis kan nemen, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. Appellantes geschrift van 15 april 2012 zal met de bijbehorende stukken worden geretourneerd aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift. Met toepassing van artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie juncto artikel 8:54 van de Awb leidt dit tot de volgende uitspraak.

3. Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr. W.E. Doolaard, mr. R.C. Stam en mr. C.J. Waterbolk, in tegenwoordigheid van R. van Cuilenborg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2012.

w.g. W.E. Doolaard w.g. R. van Cuilenborg