ECLI:NL:CBB:2013:BZ4237
public
2020-09-22T10:34:19
2013-04-08
Raad voor de Rechtspraak
BZ4237
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2013-03-08
AWB 13/142
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Bestuursrecht
Winkeltijdenwet 4
Rechtspraak.nl
Gst. 2014/14 met annotatie van W.P. Adriaanse
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2013:BZ4237
public
2013-04-08T12:57:04
2013-03-15
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2013:BZ4237 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 08-03-2013 / AWB 13/142

Verzoek om schorsing besluit inzake ontheffing o.b.v. artikel 8 Winkeltijdenverordening Enschede 2011

College van Beroep voor het bedrijfsleven

(Voorzieningenrechter)

AWB 13/142 8 maart 2013

12500 Winkeltijdenwet

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:84 juncto 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak van:

1. A, te B,

2. Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente, te Enschede,

3. C, te D,

4. E, te D, verzoekers,

gemachtigde: mr. I.C. Dunhof-Lampe,

tegen

burgemeester en wethouders van Enschede, verweerders,

gemachtigde: M.H.J. Hassink,

waaraan voorts als partij deelneemt:

Antiekhuis De Koperen Bol B.V. (Antiekhuis),

gemachtigde: L.G.M. ten Vergert.

Zitting hebben

mr. W.E. Doolaard, voorzieningenrechter,

mr. M.J. van Veen, waarnemend griffier.

De zaak is behandeld ter zitting van de voorzieningenrechter op 8 maart 2013. Ter zitting zijn verschenen de gemachtigden van verzoekers, verweerders en Antiekhuis. Voorts zijn namens verzoekster sub 1 verschenen F en G. Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, deelt de voorzieningenrechter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing mede.

Aan de orde is het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen tot schorsing van het besluit van verweerders van 21 februari 2013. Bij dit besluit hebben verweerders - kort gezegd - mogelijk gemaakt de organisatie van een vlooienmarkt op het perceel Vliegbasis Twente hangar 11 op (zaterdag 9 en) zondag 10 maart 2013 en (zaterdag 5 en)

zondag 6 oktober 2013 tussen 07:00 en 19:00 uur door Antiekhuis. Het besluit is gebaseerd op verschillende wettelijke regelingen. Voor het College is van belang de ontheffing verleend op grond van artikel 8 van de Winkeltijdenverordening Enschede 2011, gelezen in samenhang met artikel 4, tweede lid, van de Winkeltijdenwet, in verband met het houden van een vlooienmarkt.

Bij brief van 25 februari hebben verzoekers tegen deze ontheffing bezwaar gemaakt.

Op 26 feburari 2013 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Nederland gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, ertoe strekkend dat de vlooienmarkt geen doorgang zou vinden. Bij uitspraak van 7 maart 2013, LJN BZ3497, is dat verzoek gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.

Bij faxbericht van 6 maart 2013 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van het College verzocht de ontheffing op grond van de Winkeltijdenverordening te schorsen.

Bij faxbericht van 7 maart 2013 hebben verweerders gereageerd.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Gronden

1. Gelet op haar bedrijfsvoering is aannemelijk dat verzoekster sub 1 door de te houden vlooienmarkt enig omzetverlies zal lijden. In het kader van deze spoedeisende procedure zal de voorzieningenrechter aannemen dat zij belanghebbende is.

2. Voorstelbaar is dat - bijvoorbeeld op basis van haar statuten - verzoekster sub 2 als belanghebbende moet worden aangemerkt bij het besluit van 21 februari 2013, maar de voorzieningenrechter kan dat in het kader van deze spoedeisende procedure niet definitief vaststellen en onthoudt zich terzake van een oordeel.

3. Verzoekers sub 3 en 4 wonen - naar ter zitting is verklaard - circa 600 à 800 meter van hangar 11 af. Niet geheel uitgesloten is dat verzoekers, zoals namens hen naar voren gebracht, een inbreuk op hun zondagsrust kunnen ervaren, als gevolg van het houden van de vlooienmarkt, maar dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Verzoekers hebben in dit verband geen concrete omstandigheden aangedragen of anderszins stellingen ingenomen die tot de conclusie kunnen leiden dat zij ook daadwerkelijk een belang hebben dat bij deze ontheffing is betrokken. Reeds daarom moet het verzoek, voor zover namens hen ingediend, worden afgewezen.

4. Ter zitting is gebleken dat verweerders er in het besluit van 21 februari 2013 van zijn uitgegaan dat de aan Antiekhuis verleende ontheffing ertoe strekt het verbod, neergelegd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Winkeltijdenwet, dat verbiedt een winkel op zondag geopend te hebben, voor haar buiten toepassing te houden. Naar voorlopig oordeel kan de hangar waarin de vlooienmarkt zal worden gehouden echter niet als winkel in de zin van artikel 1 van de Winkeltijdenwet worden aangemerkt. In de hangar is - voor zover bekend - slechts eenmaal eerder een vlooienmarkt gehouden en deze kan daarom niet worden aangemerkt als een besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht. Het verbod van artikel 2, eerste lid, is hier dan ook niet van toepassing.

5. Voorts is ter zitting komen vast te staan dat verweerders met het besluit niet hebben beoogd Antiekhuis een ontheffing te verlenen van artikel 2, tweede lid, van de Winkeltijdwet, dat verbiedt op de in het eerste lid genoemde dagen in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren. Aanvraag en vergunningverlening zijn – zo is ter zitting benadrukt – uitdrukkelijk gericht op uitsluitend niet-bedrijfsmatige verkoop.

Verzoekster sub 1 meent weliswaar goede gronden te hebben om aan te nemen dat op de vlooienmarkt ook bedrijfsmatige verkoop zal plaatsvinden, maar de voorzieningenrechter kan daarin geen grond vinden om aan te nemen dat het besluit van 21 februari 2013 ertoe strekt voor dergelijke bedrijfsmatige verkoop op zondag ontheffing te verlenen.

6. Nu het besluit er uitsluitend toe strekt niet-bedrijfsmatige verkoop op de door Antiekhuis georganiseerde vlooienmarkt op zondag toe te staan en een dergelijke verkoop ingevolge de Winkeltijdwet reeds is toegestaan, kan schorsing van de ontheffing geen gevolgen hebben voor de doorgang van de vlooienmarkt. Daarom verdient het verzoek te worden afgewezen.

w.g. W.E. Doolaard w.g. M.J. van Veen