ECLI:NL:CBB:2013:BZ6291
public
2015-11-11T02:33:32
2013-06-22
Raad voor de Rechtspraak
BZ6291
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2013-03-13
AWB 11/1010
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2013:BZ6291
public
2013-06-22T17:01:34
2013-04-04
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2013:BZ6291 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 13-03-2013 / AWB 11/1010

Regeling GLB-inkomenssteun

perceelsoppervlakte

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: AWB 11/1010

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2013 in de zaak tussen

A, te X, appellante

en

de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigden: mr. R. Weltevreden en drs. M. Star).

Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder de bedrijfstoeslag van appellante voor het jaar 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 vastgesteld.

Bij besluit van 7 oktober 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft het bestreden besluit herzien bij besluiten van 5 april 2012 en 24 mei 2012. Het beroep wordt geacht mede te zijn gericht tegen deze besluiten.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2013. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Met het formulier "Gecombineerde opgave 2010" heeft appellante verzocht om uitbetaling van haar toeslagrechten en hiervoor 22 percelen met een totale oppervlakte van 51.16 ha opgegeven. Bij het primaire besluit heeft verweerder de bedrijfstoeslag voor 2010 vastgesteld en aan appellante een bedrag van € 26.515,56 toegekend. Bij die vaststelling is verweerder uitgegaan van 51.00 beschikbare toeslagrechten en een definitieve (geconstateerde) oppervlakte van 50.87 ha, alsmede van een kortingsbedrag van € 72,54.

Verweerder heeft naar aanleiding van een door appellante ingebrachte GPS-meting het bestreden besluit herzien, de geconstateerde oppervlakte vastgesteld op 51.96 ha en alle toeslagrechten uitbetaald.

2. Appellant geeft in beroep aan dat hij akkoord gaat met deze geconstateerde perceelsoppervlakte en wil dat deze ook in de toekomst geldt.

3. Het College stelt vast dat de door verweerder geconstateerde perceelsoppervlakte 51.96 ha is. Appellante is het met dit aantal eens. Tevens stelt het College vast dat alle toeslagrechten van appellante zijn uitbetaald.

Ter zitting van het College is voorts tussen partijen overeenstemming bereikt over een vergoeding door verweerder van een bedrag van € 150,- als kosten die appellante heeft gemaakt in de bezwaar- en de beroepsprocedure.

Naar het oordeel van het College is er hierdoor, mede gelet op hetgeen het College heeft overwogen in zijn uitspraak van 26 september 2012 (LJN: BY0527), bij appellante geen sprake meer van enig te honoreren procesbelang. Een dergelijk belang kan evenmin zijn gelegen in de wens van appellante om ook voor de toekomst het aantal ha vastgesteld te zien, omdat verweerder deze oppervlakte jaarlijks op de opgave van appellante moet vaststellen. Zowel de door appellante beteelde oppervlakte als haar opgave kan ieder jaar verschillen. Dat appellante verwacht dat hierin in de komende jaren geen verandering zal optreden is niet bepalend, want dat is een voorspelling die mogelijk niet uitkomt.

4. Het beroep van appellante is derhalve niet-ontvankelijk. In het feit dat verweerder het bestreden besluit tweemaal heeft herzien en appellante uiteindelijk in het gelijk is gesteld ziet het College aanleiding te bepalen dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

Het College:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat verweerder appellante het door haar betaalde griffierecht van € 302,-

(zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van Kerkhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2013.

w.g. E. van Kerkhoven w.g. R.C. stam