ECLI:NL:CBB:2013:BZ8273
public
2015-11-10T21:47:51
2013-06-22
Raad voor de Rechtspraak
BZ8273
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2013-03-18
AWB 11/623
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2013:BZ8273
public
2013-06-22T17:08:23
2013-04-23
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2013:BZ8273 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 18-03-2013 / AWB 11/623

accountantstucht, permanente educatie, maatregel

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 11/623 18 maart 2013

20150 Wet tuchtrechtspraak accountants

Uitspraak op het hoger beroep van:

A, te B, appellante van een uitspraak van de accountantskamer van 18 juli 2011, met nummer 11/629 Wtra AK.

1. Het procesverloop in hoger beroep

Appellante heeft bij brief van 29 juli 2011, bij het College binnengekomen op 2 augustus 2011, hoger beroep ingesteld tegen bovenvermelde uitspraak van de accountantskamer, gegeven op een klacht, op 25 maart 2011 door de voorzitter van het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA, hierna ook: klager), ingediend tegen appellante.

De accountantskamer heeft bij brief van 30 augustus 2011 de stukken doen toekomen aan de griffier van het College.

Bij brief van 28 september 2011 heeft klager een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op 18 september 2012 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Appellante is in persoon verschenen. Namens klager is verschenen mr. N.J. Makkes, advocaat in dienstbetrekking bij klager, en mr. A. Sukkel.

2. De uitspraak van de accountantskamer

Bij de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer de klacht gegrond verklaard en appellante de maatregel van waarschuwing opgelegd en een geldboete ten bedrage van € 2.950,-.

Ter zake van de formulering van de klacht door de accountantskamer, de beoordeling van deze klacht en de daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de inhoud van de bestreden uitspraak van de accountantskamer, die in afschrift aan deze uitspraak is gehecht en als hier ingelast wordt beschouwd.

3. De beoordeling van het hoger beroep

3.1 Ingevolge de Nadere voorschriften permanente educatie (hierna: NVPE) dienen de (actieve) leden van het NIVRA per drie aaneengesloten kalenderjaren minimaal 120 permanente educatie (PE)-punten én per kalenderjaar minimaal 20 PE-punten te behalen. Het bestuur van het NIVRA kan op grond van bijzondere omstandigheden geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van deze verplichting.

3.2 De klacht die is ingediend tegen appellante, zoals deze is weergegeven door de accountantskamer en door appellante niet wordt bestreden, houdt in dat appellante:

a. minder dan 120 PE-punten heeft behaald in de driejaarscyclus 2007-2009 en, voor zover alsnog mocht blijken dat zij meer dan de 61 geregistreerde PE-punten heeft behaald ten aanzien van de kalenderjaren 2007, 2008 en 2009 en de driejaarscyclus 2007-2009, zij niet heeft voldaan aan haar registratieverplichting;

b. niet heeft gereageerd op herhaalde aanmaningen van het NIVRA inzake de op de betrokkene rustende PE-verplichtingen voor de driejaarscyclus 2007-2009.

3.3 Appellante heeft niet gereageerd op de klacht en is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen op de zitting bij de accountantskamer. In het hoger beroepschrift voert zij aan dat zij sinds april 2009 kampt met gezondheidsklachten en vanaf januari 2011 volledig ziek is gemeld.

Ter zitting heeft appellante medegedeeld dat zij inmiddels is uitgeschreven uit het register, bedoeld in artikel 55 van de Wet op de Registeraccountants.

3.4 In de reactie op het hoger beroepschrift is door klager aangevoerd dat appellante haar bijzondere (persoonlijke) omstandigheden niet eerder kenbaar heeft gemaakt, maar dat indien hij op de hoogte was geweest van de door appellante genoemde feiten en omstandigheden hij zeer waarschijnlijk geen tuchtklacht had ingediend dan wel deze alsnog had ingetrokken. De door appellante uiteengezette bijzondere omstandigheden zouden voor het NIVRA dan zeer waarschijnlijk reden zijn geweest om appellante voor 2009 een volledige ontheffing te verlenen.

In dat geval zou nog slechts een klacht resteren ten aanzien van het totaal te behalen punten in de driejaarscyclus 2007-2009. Appellante heeft in de jaren 2007-2008 voldaan aan haar verplichting om ten minste 20 punten te behalen. Gelet op de gezondheidstoestand van appellante in 2009 neemt het NIVRA aan dat appellante in dat jaar niet in staat is geweest om nog de benodigde PE-punten te behalen.

3.5 Het College is van oordeel dat, gelet op de in hoger beroep door appellante naar voren gebrachte bijzondere omstandigheden en in aanmerking nemende het nadere standpunt van de voorzitter van het NIVRA daaromtrent, appellante redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij niet heeft voldaan aan de PE-verplichting voor de driejaarscyclus 2007-2009 en niet heeft gereageerd op aanmaningen van klager. De uitspraak van de accountantskamer kan om die reden niet in stand blijven.

3.6 Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de accountantskamer dient te worden vernietigd. Het College zal met toepassing van artikel 43 van de Wet tuchtrechtspraak accountants, in samenhang met artikel 40 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004, de zaak zelf afdoen en verklaart de klacht ongegrond.

3.7 Na te melden beslissing op het hoger beroep berust op artikel 43, eerste lid, Wet tuchtrechtspraak accountants, en artikel 40 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

4. De beslissing

Het College

- verklaart het hoger beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden tuchtuitspraak;

- verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gewezen door mr. W.A.J. van Lierop, mr. M.M. Smorenburg en mr. P.M. van der Zanden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2013.

w.g. W.A.J. van Lierop w.g. M.A. Voskamp