hoger beroep, termijnoverschrijding, kennelijk niet-ontvankelijk, verzet
College van Beroep voor het bedrijfsleven
13/547 10 maart 2014
20150
Uitspraak op het verzet van:
[naam] , te [plaats],
indienster van een verzetschrift tegen een op 10 september 2013 met toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants (hierna: Wtra) juncto artikel 34, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 (hierna: Wet turbo 2004) gewezen uitspraak van het College.
1Het verloop van de procedure
Bij een op 5 augustus 2013 door het College ontvangen beroepschrift, heeft indienster hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer van 12 april 2013, nr. 12/713 Wtra AK, welke op laatstgenoemde datum aan indienster is toegezonden.
Het College heeft het hoger beroep bij genoemde uitspraak van 10 september 2013 zonder nader onderzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hoger beroep.
Bij een op 18 september 2013 door het College ontvangen brief heeft indienster tegen die uitspraak verzet gedaan.
Het College heeft indienster in de gelegenheid gesteld op 9 januari 2014 ter zitting te worden gehoord, waar zij in persoon is verschenen.
2De beoordeling van het verzet
De termijn voor het instellen van hoger beroep tegen bovengenoemde uitspraak van de accountantskamer eindigde op 24 mei 2013. Het hoger beroepschrift is door het College pas op 5 augustus 2013 ontvangen.Ter zitting heeft indienster – kort samengevat – als grond van verzet aangevoerd dat zij heeft gewacht met het instellen van hoger beroep omdat zij alles zorgvuldig wilde doen en ‘goed voor de dag wilde komen’. Indienster heeft erkend dat zij haar beroepschrift heeft ingediend buiten de termijn voor het instellen van hoger beroep, welke termijn ook onder de bestreden uitspraak van de accountantskamer staat vermeld.
Het College stelt vast dat indienster niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 43, eerste lid, Wtra, gelezen in samenhang met artikel 31, eerste lid, Wet turbo 2004. Uit deze artikelen volgt dat binnen zes weken na de verzending van de uitspraak van de accountantskamer hoger beroep kan worden ingesteld bij het College. Het College ziet in hetgeen indienster heeft aangevoerd geen aanleiding in dit geval deze wettelijke termijn ter zijde te stellen. Omdat sprake is van een toerekenbare termijnoverschrijding is het beroep van indienster terecht zonder nader onderzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uit het vorenstaande volgt dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
3De beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gewezen door mr. J.L.W. Aerts, mr. W.A.J. van Lierop en mr. H. Bolt, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2014.
w.g. J.L.W. Aerts w.g. M.A. Voskamp