8:29-beslissing methodebesluiten
beslissing
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 16/902, 16/903, 16/904, 17/410
18400 en 18050
beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen
TenneT TSO B.V. (TenneT) (gemachtigden: mrs. J.Th.A. Keijzer en C.H.R.M. van der Hoeven),
Gas Transport Services B.V. (GTS) (gemachtigde: mr. A.A. Kleinhout),
en
Autoriteit Consument en Markt, (ACM), verweerster
(gemachtigden: mrs. E.W.T.M. van Leeuwen en K.W. Pill).
Als derde-partijen hebben aan het geding 17/410 deelgenomen:
[naam 1] ( [naam 1] ) (gemachtigden: [naam 4] en [naam 5] ),
[naam 2] (gemachtigde: [naam 6] ),
[naam 3] ( [naam 3] ) (gemachtigde: [naam 7] ).
Als derde-partijen hebben aan de gedingen 16/902, 16/903, 16/904 deelgenomen:
[naam 1] en [naam 3] .
Procesverloop
GTS heeft beroep ingesteld tegen het methodebesluit GTS 2017-2021.
TenneT heeft beroepen ingesteld tegen de methodebesluiten transporttaken TenneT, systeemtaken TenneT en netbeheerder van het net op zee 2017-2021.
ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft de hieronder genoemde stukken genoemd op de volgende door ACM overgelegde inventarislijsten:
inventarislijst dossier 15.0378.29 - ME2017 - Dynamische efficiëntie (LNB)
stukken 1, 2
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Het College overweegt daartoe als volgt.
2. ACM heeft zich op het standpunt gesteld dat de weggelakte gedeeltes van deze stukken vertrouwelijk zijn omdat dit gegevens betreffen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en/of bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 10, eerste lid, onder d van de Wob.
Het College overweegt dat ACM zich ten onrechte beroept op artikel 10, eerste lid, onder d van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Die bepaling heeft immers enkel betrekking op zogenoemde bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, te weten gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele voorkeur, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging. Van dergelijke bijzondere persoonsgegevens is hier geen sprake.
ACM beroept zich in dit verband eveneens tevergeefs op artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob. Geheimhouding van persoonsgegevens vanwege de in die bepaling genoemde eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, vergt een afweging van belangen. ACM heeft geen zwaarwegende redenen aangevoerd op grond waarvan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder dient te wegen dan het belang van de ongehinderde toegang tot het procesdossier voor alle procespartijen.
4. Het College stuurt bedoelde stukken terug aan ACM. ACM is verplicht deze stukken in te sturen en dient binnen twee weken na de verzending van deze beslissing een nieuwe versie van deze stukken aan het College en de andere partijen toe te sturen. Stuurt ACM een of meer stukken niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.
Beslissing
Het College:
- beslist dat beperking van de kennisneming van de onder 2. bedoelde stukken niet gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat de documenten genoemd onder het vorige aandachtsstreepje worden teruggezonden aan ACM;
- verzoekt ACM binnen twee weken na heden een nieuwe versie van deze stukken aan het College en de andere partijen toe te sturen.
Aldus genomen door mr. H.S.J. Albers, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Beishuizen als griffier, op .
w.g. H.S.J. Albers w.g. P.M. Beishuizen