ECLI:NL:CBB:2018:584
public
2018-11-09T10:45:38
2018-11-09
Raad voor de Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2018-11-06
18/416
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2018:584
public
2018-11-09T10:45:06
2018-11-09
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2018:584 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-11-2018 / 18/416

Wet marktordening gezondheidszorg. Bestuurlijke lus. Verlenging van de aan verweerster gegeven termijn voor het herstel van het door het College geconstateerde gebrek.

tussenuitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/416

13950

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 6 november 2018 in de zaak tussen

de zorgverzekeraars: Zilveren Kruis, CZ Groep Zorgverzekeraar, Coöperatie VGZ, ASR, ONVZ, Zorg en Zekerheid, De Friesland, Menzis en DSW, appellanten, hierna: de zorgverzekeraars,

(gemachtigde: mr. B. Megens),

en

de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster,

(gemachtigde: mr. J. Bootsma en mr. M.A.M. Verduijn).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Centrum ’45, hierna: Centrum ’45, te Oegstgeest,

(gemachtigde: mr. J.G. Sijmons).

Procesverloop

De zorgverzekeraars hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 5 maart 2018 (het bestreden besluit). Bij dat besluit heeft verweerster, naar aanleiding van het bezwaar van Centrum ‘45 tegen de tariefbeschikking gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg 2017 (hierna: de tariefbeschikking 2017), voor de jaren 2017 en 2018 de toeslag ‘Oorlog gerelateerd psychotrauma’ vastgesteld. Deze kent voor het jaar 2017 een maximumtarief van € 41,73 en voor het jaar 2018 een maximumtarief van € 43,-- en kan door Centrum ’45 –uitsluitend– als een opslag op het maximumtarief voor de deelprestatie verblijf, verzorgingsgraad D in rekening worden gebracht. Verder is declaratie van de toeslag slechts mogelijk op basis van een overeenkomst tussen de Stichting en de zorgverzekeraar.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. Centrum ’45 heeft een reactie ingediend.

Ten aanzien van een aantal stukken die verweerster verplicht is over te leggen heeft zij medegedeeld dat uitsluitend het College daarvan kennis zal mogen nemen. Centrum ’45 heeft die mededeling ondersteund voor zover het stukken betreft die haar gegevens betreffen en zich voor het overige aan het oordeel van het College gerefereerd. Bij beslissing van 8 juni 2018 heeft het College de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht. De zorgverzekeraars hebben het College toestemming verleend om mede op grondslag van die stukken uitspraak te doen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Namens Centrum ’45 zijn [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verschenen.

Bij tussenuitspraak van 4 september 2018 heeft het College het beroep van de zorgverzekeraars niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking heeft op de voor het jaar 2018 aan Centrum ’45 toegekende toeslag.

Ten aanzien van de voor het jaar 2017 toegekende toeslag heeft het College geconstateerd dat het bestreden besluit niet voldoet aan het vereiste van een deugdelijke motivering. Het College heeft verweerster opgedragen om binnen 8 weken na de dag van verzending van de tussenuitspraak van 4 september 2018 het door het College geconstateerde gebrek te herstellen, dan wel een ander besluit daarvoor in de plaats te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Overwegingen

1. De aan verweerster gegunde termijn van 8 weken voor het herstel van het gebrek liep tot en met 30 oktober 2018. Die termijn is volgens vaste rechtspraak bindend, behoudens zeer uitzonderlijke omstandigheden. Indien verweerster meer tijd meent nodig te hebben voor het herstel van het besluit dient zij voor het verstrijken van de termijn gemotiveerd om verlenging te verzoeken.

2. Op 30 oktober 2018, derhalve voor het verstrijken van de termijn, heeft verweerster verzocht om verlenging daarvan. Verweerster heeft daarbij aangegeven dat zij inmiddels vergevorderd is met de nieuwe beslissing op bezwaar, maar nog kort de tijd nodig heeft om het besluit zorgvuldig te kunnen afronden. Zij heeft desgevraagd reacties ontvangen van belanghebbenden ten aanzien van de door haar opgestelde prestatiebeschrijving voor de toeslag. Naar aanleiding van één van die reacties heeft zij een nadere vraag gesteld. Verweerster is thans in afwachting van het antwoord op die nadere vraag. Wanneer verweerster het antwoord op die vraag zal hebben ontvangen, heeft zij nog kort de tijd nodig om één en ander in de beslissing op bezwaar te verwerken.

3. Het College ziet in het voorgaande aanleiding om de termijn voor het herstel van het gebrek te verlengen tot en met vrijdag 23 november 2018.

Beslissing

Het College:

- verlengt de aan verweerster in de tussenuitspraak van 4 september 2018 gegeven termijn voor het herstel van het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit ten aanzien van de voor het jaar 2017 toegekende toeslag, dan wel voor het nemen van een ander besluit daarvoor in de plaats, tot en met vrijdag 23 november 2018;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. S.C. Stuldreher en mr. W.E. Doolaard, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2018.

mr. J.L. Verbeek w.g. J.M.M. Bancken