Vertegenwoordigingsbevoegdheid instellen beroep tijdig aangetoond. Verzet gegrond.
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 18/2556
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2019 op het verzet van
Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante,
(gemachtigde: ing. P.J. Houtsma)
Procesverloop
Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 september 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 5 februari 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 5 februari 2019 verzet gedaan.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat
ing. P.J. Houtsma, na bij griffiersbrief van 15 november 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog bescheiden in te zenden waaruit blijkt dat hij gemachtigd is het beroepschrift namens appellante in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat ing. P.J. Houtsma tijdig de verzochte bescheiden heeft ingediend. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 5 februari 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 2 april 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer