ECLI:NL:CBB:2019:169
public
2019-04-26T08:55:21
2019-04-25
Raad voor de Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2019-04-23
19/165
Verzet
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2019:169
public
2019-04-25T11:54:07
2019-04-26
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CBB:2019:169 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 23-04-2019 / 19/165

Appellant was niet in verzuim: er is een aanvullende termijn voor het indienen van de gronden gegeven. Die termijn was nog niet verstreken. Verzet gegrond.

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/165

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2019 op het verzet van

[naam] V.O.F., te [plaats] , appellante,

(gemachtigde: mr. ing. A.N.M. van Bavel)

Procesverloop

Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2018 beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 9 april 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft tegen de uitspraak van 9 april 2019 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na laatstelijk bij griffiersbrief van 4 februari 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog de gronden van het beroep in te dienen, dat niet heeft gedaan.

2. In verzet is gebleken dat appellante niet is verzuim is geweest. Appellante is bij griffiersbrief van 25 februari 2019 nogmaals in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 april 2019 de gronden van het beroep in te dienen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.

3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 9 april 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 23 april 2019.

w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer