Rectificatie uitspraak 23 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:311, wat betreft rechtsoverweging 18. en onder “Beslissing”, waarin wordt verwezen naar “Raadartikel 4, eerste lid, richtlijn 2002/37/EG” en beheerseis onjuist is gespeld.
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/1517
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 april 2021 tot rectificatie van de verwijzingsuitspraak tussen
Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. A.A. Westers)
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels).
Procesverloop
Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 23 maart 2021 met zaaknummer 19/1517 (ECLI:NL:CBB:2021:311) in rechtsoverweging 18. en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat.
Overwegingen
In rechtsoverweging 18. en onder “Beslissing” wordt verwezen naar “Raadartikel 4, eerste lid, richtlijn 2002/37/EG” en wordt beheerseis onjuist gespeld. Het College overweegt dat hier sprake is van onjuistheden.
Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak van 23 maart 2021, met zaaknummer 19/1517, als volgt.
“18. (…) “Moet beheerseis (RBE) 10, zoals vastgesteld in bijlage II van Verordening (EU)
Nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, waarin wordt verwezen naar artikel 55, eerste en tweede zin van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, aldus worden uitgelegd dat die beheerseis ook ziet op de situatie waarin een gewasbeschermingsmiddel is gebruikt dat in de betrokken lidstaat niet overeenkomstig laatstgenoemde verordening is toegelaten ?”
(…)
Beslissing
(…)
Moet beheerseis (RBE) 10, zoals vastgesteld in bijlage II van Verordening (EU)
Nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, waarin wordt verwezen naar artikel 55, eerste en tweede zin van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, aldus worden uitgelegd dat die beheerseis ook ziet op de situatie waarin een gewasbeschermingsmiddel is gebruikt dat in de betrokken lidstaat niet overeenkomstig laatstgenoemde verordening is toegelaten ?”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 23 maart 2021 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. B. Bastein en mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.
w.g. A. Venekamp w.g. K. Naganathar