ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6993
public
2018-08-24T23:09:08
2013-04-08
Raad voor de Rechtspraak
ZB6993
Centrale Raad van Beroep
1997-05-06
96/11469 ABW
Verzet
NL
Bestuursrecht
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Rechtspraak.nl
JB 1997/159
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6993
public
2013-04-08T13:51:05
2012-02-22
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6993 Centrale Raad van Beroep , 06-05-1997 / 96/11469 ABW

Verzending per post, Ontvankelijkheid, Bezwaar (termijn), Beroep (termijn).

E N K E L V O U D I G E K A M E R

96/11469 ABW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet

bestuursrecht in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, gedaagde.

I. INLEIDING

Mr M. Meerman-Padt, advocaat te Haarlem, heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld tegen

een door de Arrondissementsrechtbank te Haarlem op 21 oktober 1996 tussen partijen gewezen uitspraak.

Deze uitspraak is op 29 oktober 1996 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 11 december 1996 per telefax en op 12 december 1996 per Falkland koerier ter griffie

ontvangen.

II. MOTIVERING

Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11

van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die

waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is

bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per

post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits

het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Op grond van de in rubriek I. vermelde gegevens moet worden vastgesteld dat de termijn voor het indienen van

een beroepschrift in casu aanving op 30 oktober 1996 en eindigde op 10 december 1996. Het per telefax verzonden

beroepschrift is één dag na afloop van die termijn ingediend en het per Falkland koerier verzonden

beroepschrift twee dagen.

Het bepaalde in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb kan appellant in deze niet baten, omdat blijkens de

geschiedenis van totstandkoming van die bepaling onder "ter post bezorgen" moet worden verstaan verzending per

post via de officiële postdienst van het land van verzending. Als zodanig kan niet worden beschouwd

verzending van een beroepschrift per Falkland koerier.

Het beroepschrift is dan ook niet tijdig ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring

op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij schrijven van 7 maart 1997 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de

termijnoverschrijding.

De gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van19 maart 1997 geantwoord dat de termijn voor het indienen

van een beroepschrift aan haar aandacht is ontsnapt en tengevolge daarvan de beroepstermijn inderdaad met één

dag is overschreden.

Hetgeen de gemachtigde van appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan

worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad overweegt daartoe dat de gevolgen van (processueel) handelen of nalaten van een gemachtigde

voor rekening dienen te blijven van degene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft

toevertrouwd.

Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna

in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr G.A.J. van den Hurk in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier en

uitgesproken in het openbaar op 6 mei 1997.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) P.N. Rijnsewijn.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit

afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te

worden gehoord.