ECLI:NL:CRVB:2003:AM7923
public
2014-04-13T11:11:11
2013-04-04
Raad voor de Rechtspraak
AM7923
Centrale Raad van Beroep
2003-09-25
02/3278 WUBO
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Bestuursrecht
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Algemene wet bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2003:AM7923
public
2013-04-04T20:11:30
2003-11-11
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:2003:AM7923 Centrale Raad van Beroep , 25-09-2003 / 02/3278 WUBO

Is terecht aangevoerd dat verweerster heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel door de broer van eiseres wél en eiseres niét als burger-oorlogsslachtoffer te erkennen, terwijl tussen hun beider oorlogservaringen geen relevante verschillen zijn aan te wijzen?

E N K E L V O U D I G E K A M E R

02/3278 WUBO

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 3 juni 2002, kenmerk JZ/R/2002/329, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Heerlen, als gemachtigde van eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In een aanvullend beroepschrift, met bijlagen, is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is, gevoegd met het geding tussen eiseres en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad nr. 02/3277 WUV, behandeld ter zitting van de Raad op 14 augustus 2003.

Aldaar is voor eiseres verschenen haar gemachtigde mr. Van Berkel voornoemd, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

In april 2001 heeft eiseres, geboren in 1933, bij verweerster een aanvraag ingediend die primair erop is gericht om krachtens de Wet te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer. Daartoe heeft eiseres onder meer aangevoerd dat zij met het ouderlijk gezin in de oorlogsjaren woonachtig was in Nijmegen en aldaar hevige bombardementen en beschietingen heeft meegemaakt.

Bij besluit van 2 november 2001, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerster deze aanvraag afgewezen op de grond dat niet is gebleken dat eiseres persoonlijk is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wet. Voorzover hier van belang heeft verweerster in het bijzonder overwogen dat, gelet op het persoonlijk relaas van eiseres, haar directe betrokkenheid bij bombardementen en beschietingen in Nijmegen niet is komen vast te staan en dat evenmin gesteld kan worden dat haar relaas eenduidig overeenkomt met dat van haar broer [naam broer], die eerder wel was erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet.

In bezwaar en beroep is namens eiseres in de eerste plaats aangevoerd dat verweerster heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel door de genoemde, in 1937 geboren broer van eiseres wél en eiseres niét als burger-oorlogsslachtoffer te erkennen, nu tussen hun beider oorlogservaringen geen relevante verschillen zijn aan te wijzen.

De Raad acht deze grief terecht voorgedragen.

Dienaangaande wordt overwogen als volgt.

Blijkens de gedingstukken heeft verweerster de aanvraag van de genoemde broer van eiseres (hierna: de broer) aanvankelijk afgewezen omdat ten aanzien van het door hem gestelde meemaken van bombardementen en beschietingen te Nijmegen geen gegevens ter bevestiging waren verkregen. In bezwaar tegen deze afwijzing heeft verweerster haar standpunt gewijzigd en de broer alsnog erkend als burger-oorlogsslachtoffer. Daartoe is in aanmerking genomen dat blijkens de literatuur in september 1944 te Nijmegen zwaar is gevochten en dat Nijmegen ook daarna nog lange tijd frontstad is geweest en beschietingen heeft moeten verduren. Op basis daarvan is, gelet op zijn relaas, aan de broer het voordeel van de twijfel gegeven en aanvaard dat hij bij gevechtshandelingen betrokken is geweest.

Aan eiseres heeft verweerster niet het voordeel van de twijfel willen geven aangezien haar relaas op meerdere punten niet overeenkomt met dat van de broer.

De Raad kan verweerster in dit standpunt niet volgen. Ook eiseres heeft in haar relaas, onder vermelding van allerlei details, aangegeven dat zij te Nijmegen bombardementen en beschietingen heeft meegemaakt. In aanmerking genomen enerzijds dat eiseres en de broer - naar verweerster op zich niet betwist - in gezinsverband hebben geleefd en de oorlog dus samen te Nijmegen hebben meegemaakt, en anderzijds dat aan de broer het voordeel van de twijfel is gegeven op basis van algemene historische gegevens, acht de Raad het niet gerechtvaardigd om tussen beiden wat betreft dit voordeel onderscheid te maken enkel omdat hun relaas op punten verschilt.

Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat verweerster in dezen heeft gehandeld in strijd met het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat vordert dat gelijke gevallen gelijkelijk worden behandeld. Het bestreden besluit kan derhalve niet in stand blijven.

De Raad acht, ten slotte, termen aanwezig om verweerster te veroordelen in de proceskosten van eiseres, welke zijn begroot op € 644,- als kosten van verleende rechtsbijstand.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het bestreden besluit;

Bepaalt dat verweerster een nieuw besluit zal nemen met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

Bepaalt dat de Pensioen- en Uitkeringsraad aan eiseres het in dit geding betaalde griffierecht ad € 27,- vergoedt;

Veroordeelt verweerster in de proceskosten van eiseres tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 september 2003.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) A. Kovács.