Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval deze situatie zich voordoet en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Tussen partijen is in geschil de vraag of de rechtbank terecht het verzoek tot vergoeding van schade heeft afgewezen. De rechtbank heeft dit verzoek terecht afgewezen. Hiertoe is van belang dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat over deze jaren onrechtmatige besluiten zijn genomen. Daar komt bij dat verzoeker evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van deze besluiten over deze jaren ten onrechte en onverschuldigd een buitenlandbijdrage heeft betaald. De enkele stelling van verzoeker is hiervoor onvoldoende. Bovendien is op voorhand onaannemelijk dat verzoeker de gestelde schade in deze omvang heeft geleden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigt en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
20/3797 ZVW, 20/3798 ZVW-VV-PV
Datum uitspraak: 20 januari 2021
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank NoordHolland van 4 november 2020, 20/1251 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb van 9 november 2020
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
CAK
Zitting heeft: H.J. de Mooij
Griffier: R.H. Koopman
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden gedeeltelijk door middel van videobellen. Verzoeker is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval deze situatie zich voordoet en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
3. Tussen partijen is in geschil de vraag of de rechtbank terecht het verzoek tot vergoeding van schade heeft afgewezen. Verzoeker heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat hij ten onrechte een buitenlandbijdrage over de jaren 2007 tot en met 2011 heeft betaald en als gevolg daarvan schade heeft geleden ten bedrage van € 3.994.836,60,-.
4. De rechtbank heeft dit verzoek terecht afgewezen. Hiertoe is van belang dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat over deze jaren onrechtmatige besluiten zijn genomen. Daar komt bij dat verzoeker evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van deze besluiten over deze jaren ten onrechte en onverschuldigd een buitenlandbijdrage heeft betaald. De enkele stelling van verzoeker is hiervoor onvoldoende. Bovendien is op voorhand onaannemelijk dat verzoeker de gestelde schade in deze omvang heeft geleden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
(getekend) R.H. Koopman (getekend) H.J. de Mooij