Afwijzing en buitenbehandelingstelling diverse aanvragen. Gevraagde gegevens niet volledig overgelegd. Het verstrekken van de ontbrekende bankafschriften is nodig om de financiële situatie van appellant en zijn recht op bijstand te kunnen beoordelen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn psychische klachten niet in staat was de gevraagde bankafschriften en de overige gegevens te overleggen of niet in staat was om daarbij de hulp in te schakelen van iemand anders.
191660 PW-PV, 19/1661 PW-PV, 19/1662 PW-PV, 19/3007 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 8 maart 2019, 18/4362 (aangevallen uitspraak 1), 18/4363 (aangevallen uitspraak 2), 18/4364 (aangevallen uitspraak 3) en 29 mei 2019, 18/5926 (aangevallen uitspraak 4)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 25 januari 2021
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: J.B. Beerens
Appellant en zijn gemachtigde zijn met bericht, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen ter zitting. Het college, eveneens opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.J.M. Codrington.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in de hoger beroepen om de afwijzing van de aanvragen om individuele inkomenstoeslag (19/1660), de afwijzing van de aanvraag om bijstand (19/3007) en de buitenbehandelingstelling van aanvragen om bijstand (19/1661 en 19/1662) en de hierop betrekking hebbende besluiten op bezwaar van 5 juli 2018, 6 juli 2018 en 8 oktober 2018 (bestreden besluiten).
Het college heeft aan alle bestreden besluiten - samengevat - ten grondslag gelegd dat appellant de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt. In het bijzonder heeft appellant de gevraagde bankafschriften niet volledig verstrekt.
Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
Appellant heeft (in 19/3007) aangevoerd dat hij de gevraagde gegevens wel heeft overgelegd en (in 19/1660, 19/1661 en 19/1662) dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de ontbrekende gegevens noodzakelijk waren voor het kunnen beoordelen van de financiële situatie van appellant.
Deze beroepsgronden slagen niet. Vast staat dat appellant de gevraagde bankafschriften niet volledig heeft verstrekt. Appellant heeft immers van de bankafschriften over een bepaalde periode slechts één of twee pagina’s per volgnummer verstrekt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het verstrekken van de ontbrekende bankafschriften nodig is om de financiële situatie van appellant en zijn recht op bijstand te kunnen beoordelen.
Appellant heeft verder aangevoerd dat zijn psychische gesteldheid met zich brengt dat hij niet in staat is (tijdig) over de gevraagde stukken te beschikken en daar redelijkerwijs ook niet over kon beschikken.
Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Appellant heeft niet met medische stukken onderbouwd dat hij vanwege zijn psychische klachten niet in staat was de gevraagde bankafschriften en de overige gegevens te overleggen of niet in staat was om daarbij de hulp in te schakelen van iemand anders.
De gemachtigde van het college heeft ter zitting overigens meegedeeld dat appellant inmiddels in aanmerking is gebracht voor bijstand.
Dit betekent dat de hoger beroepen niet slagen, zodat de aangevallen uitspraken moeten worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) J.B. Beerens (getekend) A.M. Overbeeke