ECLI:NL:CRVB:2021:318
public
2021-02-19T10:26:41
2021-02-16
Raad voor de Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2021-02-10
18/5882 WIA
Hoger beroep
NL
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:318
public
2021-02-17T11:54:29
2021-02-19
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:318 Centrale Raad van Beroep , 10-02-2021 / 18/5882 WIA

Namens appellante zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 juli 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, de beroepen en de hoger beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

Datum uitspraak: 10 februari 2021

18/5882 WIA, 19/5197 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

18 oktober 2018, 18/887 en 1 oktober 2019, 19/67 (aangevallen uitspraken)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.W.H.M. Koers, advocaat, de hoger beroepen ingesteld.

Het Uwv heeft op 7 juli 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 21 augustus 2020 heeft mr. Koers namens appellante de hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellante zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 juli 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, de beroepen en de hoger beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 534,- in bezwaar, € 1.602,- in de beroep en € 1.068,- in de hoger beroep en voor verleende rechtsbijstand.

De reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank komen tot een bedrag van € 7,80 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.211,80.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

10 februari 2021.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) K.R. van Renswoude

GdJ