ECLI:NL:CRVB:2021:412
public
2021-03-01T12:23:43
2021-02-26
Raad voor de Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2021-02-25
19/2218 WW
Hoger beroep
NL
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:412
public
2021-03-01T12:22:13
2021-03-01
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:412 Centrale Raad van Beroep , 25-02-2021 / 19/2218 WW

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Datum uitspraak: 25 februari 2021

19/2218 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 5 april 2019, 18/1954 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y.L.S. Schipper, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2020. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Schipper. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mw. A.H.G. Boelen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en het Uwv verzocht om een nader onderzoek.

Het Uwv heeft op 8 juni 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen

Bij faxbericht van 21 juli 2020 heeft mr. Schipper namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten

Het Uwv heeft bij brief van 20 oktober 2020 medegedeeld zich niet te verzetten tegen een proceskosten veroordeling.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 juni 2020 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,-(1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) in beroep en € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van €2136,- te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2021.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) H. Alajai

CVG