Met juistheid heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv, dat van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden niet is gebleken, onderschreven. De door de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden volledig onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant geen (medische) gegevens ingebracht die aanleiding geven tot een ander oordeel. Uit de uitspraak van de Raad van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) volgt dat een dergelijke vaststelling de afwijzing van een herhaalde aanvraag in beginsel kan dragen. Wat appellant in het onderliggende geval heeft aangevoerd, leidt ook niet tot het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Het hoger beroep van appellant slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
194937 WAO-PV
Datum uitspraak: 6 januari 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 oktober 2019, 19/2258 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: J.S. van der Kolk, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: A.L. Abdoellakhan
Appellant is niet ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 11 december 2018 heeft het Uwv desgevraagd geweigerd terug te komen van het besluit van 26 februari 2010, strekkende tot weigering om terug te komen van het besluit van 10 december 1993 waarbij geweigerd is appellant met ingang van 31 mei 1988 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Met het besluit van 1 maart 2019 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 december 2018 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Met juistheid heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv, dat van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden niet is gebleken, onderschreven. De door de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden volledig onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant geen (medische) gegevens ingebracht die aanleiding geven tot een ander oordeel.
Uit de uitspraak van de Raad van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) volgt dat een dergelijke vaststelling de afwijzing van een herhaalde aanvraag in beginsel kan dragen. De bestuursrechter kan aan de hand van wat de rechtszoekende heeft aangevoerd evenwel tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag evident onredelijk is. Wat appellant in het onderliggende geval heeft aangevoerd, leidt niet tot het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is.
Het hoger beroep van appellant slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.L. Abdoellakhan (getekend) J.S. van der Kolk