ECLI:NL:CRVB:2021:855
public
2021-04-20T09:27:44
2021-04-16
Raad voor de Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2021-04-16
20/2306 WIA-V
Verzet
NL
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:855
public
2021-04-19T08:02:27
2021-04-20
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:855 Centrale Raad van Beroep , 16-04-2021 / 20/2306 WIA-V

Verzet ongegrond. De Raad stelt vast dat ter zitting en in het verzetschrift geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. In het geval van appellant ziet de Raad geen reden om te oordelen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Datum uitspraak: 16 april 2021

20/2306 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2019, 18/4481 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Slowakije (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 18 november 2020 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

De brief van 21 december 2020 is als verzetschrift van appellant aangemerkt.

Het verzet is behandeld ter zitting van 5 maart 2021 via videobellen, waar appellant vertegenwoordigd door zijn gemachtigde S. Gabor en drs. Z. Terrichova, beëdigd tolk, zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 18 november 2020 is het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Appellant verklaart door gezondheidsproblemen de post niet te hebben opgemerkt. Door de zware medicijnen die appellant gebruikt, heeft hij geen besef van tijd en ruimte. Zijn echtgenote heeft de uitspraak op een later tijdstip ontdekt en toen was geen tijd meer om tijdig hoger beroep in te dienen.

De Raad stelt vast dat ter zitting en in het verzetschrift geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. In het geval van appellant ziet de Raad geen reden om te oordelen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hoewel de medische situatie het voor appellant moeilijker maakt om zijn zaken goed te regelen, is het voor hem in deze situatie niet onmogelijk om anderen te vragen hem daarbij te helpen. Dat betekent dat in deze situatie het niet tijdig indienen van het hoger beroep voor rekening van appellant komt.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2021.

(getekend) J.C. Boeree

(getekend) R. van Doorn