ECLI:NL:CRVB:2021:949
public
2021-04-29T11:15:17
2021-04-26
Raad voor de Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2021-04-23
20/2587 WAO
Hoger beroep
NL
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:949
public
2021-04-28T15:59:36
2021-04-29
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:949 Centrale Raad van Beroep , 23-04-2021 / 20/2587 WAO

Verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Datum uitspraak: 23 april 2021

20/2587 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:119 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 december 2009, 09/406

Partijen:

de erven van [verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 december 2009, 09/406.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening.

Bij brief van 5 augustus 2020 is verzoeker erop gewezen dat een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 5 september 2020 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoeker er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Bij brief van 9 september 2020, bij het LDCR op 7 oktober 2020 ontvangen, heeft verzoeker een verzoek om uitstel van betaling van het griffierecht gedaan.

De Raad heeft bij brief van 12 oktober 2020 verzoeker meegedeeld dat hij uitstel van betaling krijgt tot en met 12 februari 2021. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoeker er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2021.

(getekend) D.S. de Vries

(getekend) K.R. van Renswoude

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

RB

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),

statue:

Déclare la requête de révision non recevable.

Par conséquent, décidée par D.S. de Vries, en présence de K.R. van Renswoude en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 23 avril 2021.

Les intéressés et les organes d’administration auront le droit à presenter une opposition écrite contre la présente decision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

L’intéressé présentant l’opposition pourra demander d’avoir l’opportunité d’être entendu sur son opposition.