bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, beide meermalen gepleegd. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de duur die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000605-20
datum uitspraak: 21 april 2021
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen
het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2020 in de strafzaak
onder parketnummer 13-269892-19 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1981,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober 2020, 7 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 10 november 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
[slachtoffer] één of meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk die [slachtoffer]
-
via één of meer Whats App-bericht(en) (middels de telefoon van de zoon van voornoemde [slachtoffer]) opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Zeg tegen je hoerenkind moeder, ik kom haar slaan en/of Ik ga haar vermoorden en/of Ik kom er aan om je moeder te vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
-
middels één of meer spraakbericht(en) (ingesproken in de telefoon van de moeder en/of zus van voornoemde [slachtoffer]) opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Zeg tegen [naam] dat ik [naam] zal gaan vermoorden en/of Ik ga twee Bulgaren inhuren en ik ga haar hersenen uit elkaar laten spatten en/of Laat haar maar haar leven lang in een stoel zitten",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan,
met dien verstande dat:
hij op 10 november 2019 te Amsterdam
[slachtoffer] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer]
- via Whats App-berichten (middels de telefoon van de zoon van voornoemde [slachtoffer]) opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: “Hoerenkind moeder, ik kom haar slaan” en “Ik ga haar vermoorden” en “Ik kom er aan om je moeder te vermoorden"
en
- middels een spraakbericht (ingesproken in de telefoon van de moeder van voornoemde [slachtoffer]) opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: “Zeg tegen [naam] dat ik [naam] zal gaan vermoorden” en “Ik ga twee Bulgaren inhuren en “Ik ga haar hersenen uit elkaar laten spatten” en “Laat haar maar haar leven lang in een stoel zitten”.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, beide
meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) weken, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee (2) jaren. De politierechter heeft, naast de algemene voorwaarden, kort samengevat de volgende bijzondere voorwaarden gesteld aan deze straf: een contactverbod met [slachtoffer], een locatieverbod, een contactverbod met zijn kinderen, tenzij dit contact plaatsvindt met tussenkomst van de reclassering en Jeugdbescherming dit noodzakelijk acht, en een behandelverplichting.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één (1) maand, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee (2) jaren.
De raadsman heeft verzocht een lagere voorwaardelijke straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd zonder bijzondere voorwaarden of een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor
de duur gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het niet opleggen van de bijzondere voorwaarden is zowel een wens van de verdachte als van het slachtoffer [slachtoffer]. In het civiele (familierechtelijke) traject kunnen bovendien ook voorwaarden worden opgelegd.
Voorts heeft de verdachte spijt van zijn gedragingen, aldus de raadsman.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling. Het hof rekent het de verdachte ten zeerste aan dat de bedreigingen onder andere zijn geuit via zijn zoon. Uit het dossier blijkt dat er voortdurend problemen zijn geweest tussen de verdachte en zijn ex-vrouw, aangeefster, en dat hun kinderen daarin worden betrokken.
Onder die omstandigheden kan niet met een geldboete worden volstaan, maar moet een voorwaardelijke gevangenisstraf als hierna te vermelden worden opgelegd.
Op de terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de kinderen onder toezicht zijn gesteld en dat intensieve begeleiding plaatsvindt door de gezinsvoogd. In dat licht bezien is het niet noodzakelijk dat in de onderhavige strafzaak bijzondere voorwaarden worden opgelegd.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 21 april 2021.
=========================================================================
[…]