Verdachte niet-ontvankelijk. Hoewel zich in het dossier een door de raadsman opgestelde brief bevindt waarin is vermeld 'betreft: appèlschrituur', is in de brief met zoveel woorden opgenomen dat er 'thans geen grieven kenbaar worden gemaakt'.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000680-20
datum uitspraak: 19 april 2021
VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)
Schriftelijk arrest van de enkelvoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-068567-18 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Weliswaar bevindt zich in het dossier een door de raadsman opgestelde brief van 13 mei 2020 waarin is vermeld ‘betreft: appèlschriftuur’ en dat hoger beroep is ingesteld om te onderzoeken of de verdachte terecht is veroordeeld en om te bezien of hem een passende straf is opgelegd, maar in die brief is echter ook met zoveel woorden opgenomen dat er ‘thans geen grieven kenbaar worden gemaakt’. Op die laatste passage heeft de (niet-gemachtigd) raadsman op de terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021 nog eens nadrukkelijk de aandacht gevestigd.
Nu er evenmin mondeling bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en er ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2021.