Oproeping hoger beroep nietig.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004308-19
datum uitspraak: 12 januari 2021
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 22 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-229336-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1972,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
bij appelschriftuur opgegeven adres: [adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2020 en 12 januari 2021.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
Gebleken is dat de betekening van de oproeping aan de verdachte om op de terechtzitting van heden te verschijnen niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De verdachte is niet gedetineerd, staat niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en van hem is geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend. Op het door de verdachte ingevulde grievenformulier van 28 november 2019 heeft de verdachte het volgende adres opgegeven: [adres] Het hof merkt dit adres aan als een adres in de zin van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Niet is gebleken dat uitreiking van de oproeping in hoger beroep op het laatstgenoemde adres in Sofia heeft plaatsgevonden.
Nu uit het voorgaande volgt dat de oproeping om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend dient deze – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. C.J. van der Wilt en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen en mr. E.J. de Vries, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 januari 2021.
De oudste raadsheer, de jongste raadsheer en griffier De Vries zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.