Het hof spreekt de verdachte vrij van mishandeling nu niet met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte degene is geweest die het ten laste gelegde heeft begaan.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000674-19
datum uitspraak: 9 maart 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer
13-102250-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 november 2020 en 9 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 10 februari 2017, te Amsterdam, [benadeelde] heeft mishandeld door deze bij zijn keel te grijpen en/of meermalen in zijn gezicht te slaan en/of te stompen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
Uit de verklaringen van de ooggetuigen in deze zaak komt als eenduidig beeld van de dader van het op 10 februari 2017 jegens de aangever [benadeelde] gepleegde geweld naar voren dat van een man met een lengte van 1.80 tot 1.85 meter, een slungelig/mager postuur en blond haar, die zich bediende van straattaal/Amsterdams met een Marokkaans accent. Op de terechtzittingen in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verdachte ongeveer 1.98 meter lang is, een breed postuur heeft, niet als mager is te bestempelen, een donkerblonde dan wel bruine haarkleur heeft en spreekt met een Noord-Hollands accent. Die kenmerken van de verdachte komen dus niet overeen met die van de dader. Bij die stand van zaken is het hof, anders dan de politierechter, maar met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte degene is geweest die het tenlastegelegde heeft begaan. Om die reden zal hij daarvan worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter zake van het ten laste gelegde. Deze bedraagt € 601,64, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep integraal toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, zodat de gehele vordering in hoger beroep opnieuw aan de orde is.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
mr. R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 maart 2021.