Nader onderzoek in het belang van de waarheidsvinding.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000888-18
Uitspraak d.d.: 3 februari 2021
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2018 met parketnummer 18-212928-17 in de ontnemingszaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkende dat het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 12.921,75 en dat aan betrokkene wordt opgelegd de verplichting tot betaling aan de Staat, een bedrag van € 12.921,75. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens betrokkene door zijn raadsvrouw, mr. J.A.M. Kwakman, naar voren is gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2021 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Nader onderzoek
Ter terechtzitting van het hof heeft de verdediging verzocht de zitting aan te houden, teneinde de door de verdediging opgevoerde getuige [getuige] te doen horen, in het belang van de waarheidsvinding.
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof heeft op 22 mei 2019 in het belang van de waarheidsvinding beslist tot het (ver)horen van betrokkene en [getuige] door de politie. Blijkens de stukken uit het dossier is getuige [getuige] niet gehoord.
Het hof is nog steeds van oordeel dat [getuige] in het belang van de waarheidsvinding gehoord dient te worden, zodat het hof het aanhoudingsverzoek zal toewijzen. Hiertoe zal het hof de zaak verwijzen naar de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof.
Getuige [getuige] is door de politie tweemaal behoorlijk opgeroepen contact op te nemen c.q. te verschijnen voor een verhoor, maar hij heeft hieraan geen gehoor gegeven. Daarom zal het hof een afzonderlijk bevel medebrenging afgeven voor het verhoor van getuige [getuige] .
BESLISSING
Het hof:
Heropent het onderzoek.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de betrokkene tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van de betrokkene.
Stelt de stukken in handen van de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof, teneinde als getuige te horen: [getuige], geboren op [geboortedatum] 1970 te [plaats1] , wonende te adres [plaats2] .
Beveelt de oproeping van [getuige] om te verschijnen in het kabinet raadsheer commissaris tegen het nog nader te bepalen tijdstip, en gelast tevens diens medebrenging, welk bevel afzonderlijk zal worden geminuteerd.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. L.J. Hofstra en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 3 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. J.S. van Duurling is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.