Bezwaren tegen de betrouwbaarheid van radarapparatuur in het algemeen zonder toespitsing op de concrete situatie leiden niet tot twijfel aan de juistheid van het meetresultaat.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.250.648/01 CJIB-nummer : 211196485 Uitspraak d.d. : 5 februari 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2018, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
Het tussenarrest
De inhoud van het tussenarrest van 14 augustus 2019 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft bij e-mail van 3 september 2019 aangegeven dat hij geen behoefte heeft aan een zitting.
De beoordeling
1. Gelet op de bij tussenarrest geconstateerde schending van het beginsel van hoor en wederhoor, welke schending aanleiding vormde voor het buiten toepassing laten van het appelverbod, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Derhalve staat thans het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ter beoordeling van het hof. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 33,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 5 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 september 2017 om 07:58 uur op de Van Alkemadelaan in
‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
3. De gemachtigde stelt –kort en zakelijk weergegeven– dat radarapparatuur onvoldoende in staat is om voertuigen afzonderlijk te meten en te fotograferen. Daarom staat niet vast dat met het voertuig van de betrokkene de snelheidsovertreding is gemaakt. Bij een gemotiveerde betwisting van de betrouwbaarheid van de meting, is, zo betoogt hij, nader bewijs nodig. Ter onderbouwing wijst hij op het deskundigenrapport van dhr. [B] . Verder stelt hij dat op grond van artikel 11.5.2 van het Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie (hierna: CVMP) op de foto informatie dient te worden verstrekt over de gevoeligheidsinstelling van de radarmeter. Bij het ontbreken van deze informatie is er volgens de gemachtigde sprake van een onzorgvuldige meting. De gemachtigde verwijst naar het arrest van dit hof van 9 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:986.
4. Het zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“Gemeten (afgelezen) snelheid: 58 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 55 km per uur.
Toegestane snelheid: 50 km per uur.
Overschrijding met: 5 km per uur. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van geijkte radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
5. De advocaat-generaal heeft een NMi-verklaring van de desbetreffende snelheidsmeter in het geding gebracht waaruit blijkt dat het snelheidsmeetmiddel ten tijde van de gedraging voldeed aan de CVMP.
6. Uit de foto's en de databalk daaronder blijkt dat het gaat om een afgaande meting, waarbij het voertuig is gemeten dat rijdt op de meest links gelegen rijstrook voor recht doorgaand verkeer (1 RD). Dit betreft het voertuig van de betrokkene.
7. Het hof zal de algemene bezwaren van de gemachtigde tegen de betrouwbaarheid van meting door middel van radar passeren, nu een deugdelijke onderbouwing van die bezwaren ontbreekt. Door [B] zijn slechts algemeen verwoorde bezwaren aangevoerd over de werking van radarapparatuur, de werkwijze bij de installatie van de apparatuur en de mogelijkheid van reflectie. De verweren zijn niet of nauwelijks toegespitst op de concrete omstandigheden van het geval. Het verweer van de gemachtigde dat een (gemotiveerde) betwisting van de betrouwbaarheid van de meting aanvullend bewijs noodzakelijk maakt, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht. Of aan de juistheid en betrouwbaarheid van de uitgevoerde meting moet worden getwijfeld, is er van afhankelijk of door of namens de betrokkene voor de zaak specifieke feiten en omstandigheden worden aangevoerd en aannemelijk gemaakt die daar aanleiding toe geven. Hiervan is geen sprake.
8. Geen van de verweren treft doel. De officier van justitie heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal derhalve het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.