Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van belediging; de ter terechtzitting in hoger beroep bekeken camerabeelden ondersteunen de verklaring van verdachte dat hij meteen is weggelopen, afstand heeft genomen en geen confrontatie met aangeefster heeft gehad.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003360-20
Uitspraak d.d.: 9 februari 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2020 met parketnummer 16-146099-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-290224-19, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M. van Viegen, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 april 2020 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] , in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door haar (onder meer) de woorden toe te voegen: "kankerpolitie" en/of "kankerwijf" en/of "kankerhoer" en/of door feitelijkheden heeft beledigd door naar, in elk geval in de richting van, voornoemde [benadeelde] te spugen, althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
De advocaat-generaal geeft gevorderd tot vrijspraak.
De raadsman van verdachte heeft gepleit voor vrijspraak.
Met de advocaat-generaal en de raadsman heeft het hof na het zien van de camerabeelden ter terechtzitting uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Uit de verklaringen van aangeefster en het proces-verbaal van bevindingen dat zij heeft opgemaakt blijkt dat aangeefster verdachte heeft herkend als de jongen die zij heeft geduwd toen hij scheldwoorden naar haar bleef roepen en in haar richting had gespuugd. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte niet het meest op deze jongen lijkt maar op de jongen die, zodra aangeefster haar fiets neerzet, meteen weg loopt en afstand neemt van het gebeuren. Dat biedt steun aan de verklaring van verdachte dat hij niet een van de jongens is geweest die naar aangeefster heeft gescholden of gespuugd en dat hij geen confrontatie met haar heeft gehad.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 150,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. A. Smeeing-van Hees en mr. M.L. Plas, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. W.C.S. Huijbers, griffier,
en op 9 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 februari 2021.
Tegenwoordig:
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. R. Hermans, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.