Vrijspraak van mishandeling.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002045-18
Uitspraak d.d.: 12 februari 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 6 april 2018 met parketnummer
16-012386-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E. Hullegie, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Bij bovengenoemd vonnis is verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 augustus 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, [benadeelde partij1] heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij1] , meermalen, althans eenmaal (met kracht) een kopstoot in het gezicht, althans tegen zijn hoofd te geven.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Hoewel het dossier voldoende wettig bewijs bevat, is naar aanleiding van hetgeen door en namens verdachte ter zitting van het hof is aangevoerd, gerede twijfel ontstaan of verdachte aangever werkelijk heeft mishandeld zoals is ten laste gelegd. In dat kader overweegt het hof onder meer dat de verklaring van aangever weliswaar wordt gesteund door een getuige, maar dat dit geen onafhankelijke getuige betreft. Bovendien komen de verklaringen van het slachtoffer en deze getuige op belangrijke punten niet met elkaar overeen. Ook anderszins is het hof niet overtuigd geraakt dat de ten laste gelegde gedraging zich heeft voorgedaan.
Het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van verdachte slaagt derhalve.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. E.M.J. Brink, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. L.G. Wijma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,
en op 12 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.