ECLI:NL:GHARL:2021:1933
public
2021-04-08T11:08:38
2021-03-02
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-03-02
Wahv 200.275.334/01
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:1933
public
2021-04-08T11:08:08
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:1933 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-03-2021 / Wahv 200.275.334/01

Verbod stil te staan. Ontheffing ten behoeve van werkzaamheden. Hoewel de bestuurder de gedraging tijdens werktijd heeft verricht, gold de ontheffing niet. De betrokkene bracht zijn vriendin naar de huisarts en maakte dus een privérit.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.275.334/01

CJIB-nummer

: 225251113

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het hoger beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 16 februari 2021. De betrokkene is, zonder bericht, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “verbod stil te staan (bord E2)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 april 2019 om 09:33 uur op de Bijlmerdreef in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De betrokkene stelt dat de sanctie ten onrechte aan hem is opgelegd. De ambtenaren hebben hem onrechtvaardig behandeld. De betrokkene vermoedt dat hij niet is staande gehouden vanwege de gedraging, maar vanwege de auto waar hij in rijdt. De ambtenaren worden beschermd door de ambtseed die zij hebben afgelegd, terwijl de betrokkene ook een ambtseed heeft afgelegd voor zijn werk bij de gemeente Amsterdam. In het proces-verbaal staan verschillende onjuistheden die de betrokkene uiteenzet. Zo was de betrokkene ten tijde van de gedraging wel degelijk aan het werk. De betrokkene vindt het vreemd dat hij pas ter hoogte van Kikkenstein werd staande gehouden, terwijl de gedraging al ter hoogte van het Annie Romeinplein heeft plaatsgevonden. Zijn vriendin heeft schriftelijk verklaard dat op het moment waarop de betrokkene stopte, er nog mensen het zebrapad aan het oversteken waren. Verder verzoekt de betrokkene om de beelden die gemaakt zijn vanuit het politiebusje of de Bijlmerdreef, omdat dan kan worden aangetoond dat de waarneming van de ambtenaren onjuist is. 3. In het dossier bevindt zich een verklaring van mevrouw [C] van 27 juli 2020, de vriendin van de betrokkene. Hierin verklaart zij dat zij op de pleegdatum een afspraak had bij de huisarts. Haar vriend, de betrokkene, was die dag aan het werk en heeft haar tussendoor opgehaald en afgezet. Toen zij bij het zebrapad aankwamen, wilde er net een groep mensen oversteken. Voor het gemak heeft de betrokkene toen zijn voertuig gestopt en zijn vriendin daar alvast laten uitstappen. Nadat de laatste persoon was overgestoken, kon de betrokkene gewoon weer wegrijden. Het verkeer is dan ook niet onnodig opgehouden.

4. Het hof stelt voorop dat klachten over politieambtenaren buiten de reikwijdte van deze procedure vallen. Met deze klachten kan de betrokkene zich wenden tot de korpschef van het politiekorps waarvan de ambtenaren deel uitmaken.

5. Het hof merkt verder op dat de politieambtenaren geen videobeelden van de gedraging hebben gemaakt. Of camera's op de Bijlmerdreef het een en ander hebben waargenomen, blijkt niet uit het dossier. Het hof ziet gelet op het navolgende geen aanleiding hiernaar onderzoek te doen.

6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de betrokkene het voertuig stil hield op een middels bord E2 RVV 1990 aangeduide plaats. (…) Er was geen sprake van enig obstakel waardoor betrokkene het voertuig moest stilhouden. (…)”

8. In een aanvullend proces-verbaal van 17 juni 2019 verklaren de ambtenaren – kort samengevat – het volgende. De ambtenaren hebben gezien dat het voertuig stil ging staan op de Bijlmerdreef bij de voetgangersoversteekplaats, nadat de voetgangers al waren gepasseerd. De betrokkene liet een vrouw uitstappen. Hierdoor moest al het verkeer achter het voertuig van de betrokkene wachten totdat de betrokken bijrijder was uitgestapt. Op de gehele Bijlmerdreef is een stopverbod van toepassing (bord E2). Bij de staandehouding zagen de ambtenaren dat de betrokkene in het bezit was van een ontheffing. De betrokkene was echter op het moment van de gedraging niet aan het werk.

9. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet zo dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of de betrokkene specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. De betrokkene hoeft dus niet het bewijs van zijn onschuld te leveren, maar van de betrokkene mag wel worden verwacht dat hij door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van twijfel aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar aandraagt.

10. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaringen van de politieambtenaren. De verklaring van de vriendin van de betrokkene brengt het hof niet tot een ander oordeel, nu aan de ambtsedige verklaringen van de politieambtenaren in dit geval doorslaggevende waarde wordt toegekend. Dat de betrokkene ook een eed heeft afgelegd, is in dit geval niet relevant. Weliswaar was de betrokkene die dag aan het werk, maar maakte hij onder werktijd door zijn vriendin naar de huisarts te brengen immers een privérit. Dat de betrokkene veel verder op staande is gehouden, doet aan de vaststelling van de gedraging niet af.

11. Gelet op het voorgaande beslist het hof als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.