ECLI:NL:GHARL:2021:2451
public
2021-04-08T11:45:14
2021-03-16
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-03-16
Wahv 200.255.886/01
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:2451
public
2021-04-08T11:44:48
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:2451 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-03-2021 / Wahv 200.255.886/01

Artikel 5 Wahv. De ambtenaar constateerde een groot aantal overtredingen en zag gezien de grote verkeersdrukte geen veilige gelegenheid voor staandehoudingen. In die situatie mocht op kenteken worden bekeurd.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.255.886/01

CJIB-nummer

: 205767535

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “een kruispunt blokkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2017 om 13:59 uur op de Stadionweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar de bestuurder heeft gesproken op de rotonde. De ambtenaar had hierbij gemakkelijk het rijbewijs van de bestuurder kunnen vragen, zodat was vastgesteld wie de bestuurder van het voertuig is. Er was daarom sprake van een reële mogelijkheid tot staandehouden van de bestuurder. De sanctie is ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd. Verder voert de gemachtigde aan dat sprake is van een zeer grote en onoverzichtelijke rotonde. Het is ondoenlijk om te overzien dat het verkeer verderop niet doorstroomt gelet op het cirkelvormige karakter van de grote rotonde. Onder die omstandigheden is het niet billijk om een (volledige) sanctie op te leggen. De gemachtigde verzoekt om matiging van de sanctie.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De betrokkene blokkeerde de grote kruising waardoor het overige verkeer niet door kon. Kwam uit de richting van de A16 en reed richting de Coen Molijnweg. Was voor een wedstrijd van Feyenoord. Het was druk en door het blokkeren werd de doorstroming verder belemmerd.

Reden geen staandehouding: te druk.”

5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal. De ambtenaar verklaart hierin – voor zover van belang – het volgende:

“Ik merk op dat ik aldaar heel opzichtig en in uniform (herkenbare dienstmotorkleding) ben gaan staan aangezien er bij wedstrijden van Feyenoord heel veel verkeer genoemde overtreding begaat. Door deze overtredingen ontstaat er een blokkade voor het overige verkeer en soms ontstaat er ook een gevaarlijke situatie. Dit doordat het verkeer komende vanuit de Stadionlaan en gaande in de richting van de Burgerhoutstraat zich door de stilstaande en blokkerende rij gaat wurmen. Dit verkeer is dan op dat moment totaal niet zichtbaar voor het verkeer wat vanuit de richting van de A16 komt en rijdt in de richting van de Burgerhoutstraat. Ondanks mijn hele zichtbare aanwezigheid aldaar pleegde de betrokkene eerder genoemde overtreding.

Ik merk op dat het goed mogelijk is dat er kortstondig contact geweest kan zijn met de betrokkene. Ik merk echter op dat de genoemde overtreding en de overtreding waarbij bestuurders niet de richting van de rijkstrookpijlen volgen op zo’n moment veel voorkomen. Ik weet het niet precies uit mijn hoofd, maar ik vermoed dat ik in een korte tijd twintig overtredingen aldaar heb geconstateerd. Dat was voor mij een reden om elke overtreder te verbaliseren en niet één overtreder, door die uit de rij auto’s te halen. Daarnaast is het op zo’n moment inderdaad zo druk dat de gelegenheid om een overtreder aldaar op een veilige plek te verbaliseren er niet is. Als ik een dergelijke overtreder aldaar staande had willen houden, had ik naar mijn motor moeten lopen en mijn helm op moeten zetten om vervolgens achter de overtreder aan te gaan en hem vervolgens op een veilige plek (verkeerstechnisch, maar ook veiligheidshalve in verband met de talloze supporters) moeten verbaliseren.”

6. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

7. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaring van de ambtenaar dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Dat de betrokkene kortstondig contact heeft gehad met de ambtenaar doet hier niet aan af. Onder de door de ambtenaar genoemde omstandigheden, de verkeersdrukte en de verkeerssituatie, is dit onvoldoende om aan te nemen dat sprake was van een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. Dat de ambtenaar bij het contact met de bestuurder het rijbewijs van de bestuurder had kunnen vragen, acht het hof niet aannemelijk, ook omdat een de betrokkene een sanctie is opgelegd voor het blokkeren van het kruispunt. De sanctie is terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.

8. Voor het overige wordt de gedraging niet betwist. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

9. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van dergelijke redenen. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij tijdig en op de juiste wijze anticipeert op een naderende verkeerssituatie. In het geval van een drukke rotonde met verkeerslichten, zoals in het onderhavige geval, dient men alert te zijn op afremmen van voorgangers en moet voldoende afstand te worden aangehouden zodat hierop ook daadwerkelijk kan worden geanticipeerd. Anders dan de gemachtigde heeft gesteld kan, gelet op de overgelegde foto’s, niet gezegd worden dat de rotonde waar onderhavige met stoplichten beveiligde kruising onderdeel van uitmaakt, zodanig onoverzichtelijk is dat anticiperen hier niet mogelijk is. De betrokkene heeft kennelijk nagelaten tijdig te anticiperen. De gevolgen van deze omstandigheid komen voor rekening van de betrokkene.

10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond verklaard.

11. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarom hoeft het bezwaar tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding geen bespreking.

12. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding in hoger beroep afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.