Rijden door rood. Namens de betrokkene is van meet af aan gemotiveerd betoogd dat de ambtenaar gegeven zijn positie het verkeerslicht dat voor de betrokkene gold niet heeft kunnen zien. Nu dit verweer niet door nadere informatie is weersproken, bestaat twijfel of de gedraging is verricht. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.277.482/01 CJIB-nummer : 225616576 Uitspraak d.d. : 19 maart 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 mei 2019 om 21:34 uur op de Knardijk in Harderwijk met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de betrokkene niet door rood, maar door geel licht is gereden. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat de advocaat-generaal voornoemde stelling dient te ontkrachten. De gemachtigde merkt hierbij op dat zowel in eerste als tweede aanleg is aangevoerd dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht. In het zaakoverzicht wordt die tekst automatisch opgenomen indien de ambtenaar voor een dergelijke gedraging sanctioneert. Volgens de betrokkene stond de ambtenaar haaks op de weg waar de betrokkene reed en had de ambtenaar enkel zicht op het voor het rechtsaf verkeer bedoelde verkeerslicht, welk licht overigens eerder op rood sprong vanwege het uitblijven van verkeersaanbod. De betrokkene heeft de positie van de ambtenaar gecontroleerd en vastgesteld dat het betreffende verkeerslicht vanaf die positie niet zichtbaar was. Daarbij beroept hij zich op de ontruimingstijden die op het betreffende kruispunt worden gehanteerd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. Het enkele feit dat in het zaakoverzicht gebruik is gemaakt van automatisch gegenereerde tekstblokken maakt niet op voorhand dat niet van de verklaring van de ambtenaar kan worden uitgegaan.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat betrokkene ongeveer 15 meter verwijderd was van de stopstreep op het moment dat het verkeerslicht rood licht ging uitstralen. Betrokkene negeerde dit verkeerslicht en vervolgde zijn weg.(…)
Verklaring betrokkene: Naar mijn mening kon ik niet meer op tijd stoppen. Ook dacht ik dat het nog oranje (het hof begrijpt: geel) was en geen rood.”
5. Hoewel de ambtenaar verklaart dat hij direct zicht had op het verkeerslicht en hij zag dat dit op rood sprong, ziet het hof in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd aanleiding om te twijfelen aan de verklaring dat de gedraging is verricht. Uit de verklaring blijkt namelijk onvoldoende onder welke omstandigheden de ambtenaar de gedraging heeft waargenomen, op welke locatie hij stond en wat hij van daaruit heeft kunnen waarnemen. Daarom is onduidelijk of de ambtenaar heeft kunnen vaststellen of het verkeerslicht voor de betrokkene rood licht uitstraalde. Ondanks dat voormeld verweer van meet af aan is gevoerd, is tot op heden geen aanvullende informatie in het geding gebracht. Het hof acht het in deze fase van de procedure niet aangewezen om de advocaat-generaal, die de gelegenheid heeft gekregen om een verweerschrift uit te brengen, alsnog te verzoeken om een verklaring van de ambtenaar aan het dossier toe te voegen.
6. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende komen vast te staan dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter derhalve vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep gegrond verklaren, de beslissing van de officier van justitie vernietigen en - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de inleidende beschikking vernietigen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren geen bespreking meer behoeven.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van (3,5 x € 534,- x 0,5) = € 934,50.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 934,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.