Afwijzing verzoek instelling mentorschap 1:450 lid 1 BW.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.279.323
(zaaknummer rechtbank Overijssel 8125083)
beschikking van 12 januari 2021
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. R. Kaya te Enschede.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
Stichting [belanghebbende1],
gevestigd te [A] ,
[belanghebbende2] ,
wonende te [A] ,
[belanghebbende3] ,
wonende te [A] ,
[belanghebbende4] ,
wonende te [A] ,
[belanghebbende5] ,
wonende te [A] ,
en
[belanghebbende6] ,
wonende te [A] .
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, van 25 februari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift, ingekomen op 25 mei 2020.
De mondelinge behandeling heeft op 1 december 2020 plaatsgevonden. De zaak met zaaknummer 200.279.322 (ontslag bewindvoerder) is gelijktijdig behandeld. [verzoeker] was in persoon aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat. Namens Stichting [belanghebbende1] waren [B] en [C] aanwezig. De overige belanghebbenden zijn niet verschenen.
3De feiten
Bij beschikking van 15 januari 2016 zijn de goederen die aan [verzoeker] (zullen) toebehoren onder bewind gesteld.
4De omvang van het geschil
Bij verzoek van 4 september 2020, bij de rechtbank ingekomen op 24 oktober 2020, heeft [belanghebbende5] , zoon van [verzoeker] , verzocht om instelling van een mentorschap met benoeming van Stichting [belanghebbende1] tot mentor. Bij dit verzoek zijn akkoordverklaringen gevoegd van [belanghebbende5] , [belanghebbende2] , [belanghebbende3] , [belanghebbende4] en [belanghebbende6] , allen kinderen van [verzoeker] .
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot instelling van een mentorschap afgewezen.
[verzoeker] is met een grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen.
[verzoeker] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek alsnog toe te wijzen.
5De motivering van de beslissing
Ingevolge artikel 1:450 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.
Het verzoek tot instelling van een mentorschap is bij de kantonrechter ingediend door [belanghebbende5] . [verzoeker] heeft zelf tijdens de mondelinge behandeling bij de kantonrechter verklaard dat hij mentorschap niet nodig vindt en zelf zijn keuzes kan maken. Kennelijk is [verzoeker] daarna van gedachten veranderd. Volgens zijn advocaat wist [verzoeker] hiervoor niet goed wat mentorschap inhoudt. Het staat [verzoeker] vrij in hoger beroep alsnog toewijzing van het verzoek van zijn zoon te verzoeken.
Naar het oordeel van het hof is niet voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de problemen die [verzoeker] ervaart voornamelijk samenhangen met de vele rekeningen en andere financiële post die hij ontvangt en met de onrust die daardoor bij hem ontstaat. Die onrust wordt versterkt doordat [verzoeker] communicatieproblemen met zijn huidige bewindvoerder ervaart en daardoor gefrustreerd raakt. Benoeming van een andere bewindvoerder met wie [verzoeker] op een goede manier kan samenwerken en die hem (de zorgen over) zijn financiële post uit handen kan nemen, zou [verzoeker] mogelijk voldoende rust brengen om zijn belangen van niet‑vermogensrechtelijke aard zelf te kunnen behartigen. Dat hebben zowel [verzoeker] zelf als mr. Kaya beaamd. Gelet op de afzonderlijke beschikking van dit hof van 12 januari 2021, uitgesproken onder zaaknummer 200.279.322, zal Stichting [belanghebbende1] met ingang van 1 februari 2021 de taak van bewindvoerder van [verzoeker] overnemen. [verzoeker] heeft te kennen gegeven Stichting [belanghebbende1] al langer te kennen, daarmee prettig te kunnen communiceren en zich daar gehoord te voelen. Gelet hierop ziet het hof op dit moment geen grond voor instelling van een mentorschap.
6De slotsom
Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.
7De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, van 25 februari 2020.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, M.H.F. van Vugt en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. H. Bouhuys als griffier, en is op 12 januari 2021 uitgesproken door mr. M.H.F. van Vugt in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.