ECLI:NL:GHARL:2021:291
public
2021-02-08T08:53:11
2021-01-12
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-01-12
Wahv 200.260.433/01
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:291
public
2021-02-08T08:52:41
2021-02-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:291 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-01-2021 / Wahv 200.260.433/01

Gedoogbeleid? Uit videobeelden blijkt dat de politie de gehandicaptenparkeerplaats wel eens voorbijrijdt zonder te bekeuren. Daaruit kan niet een bestendig beleid om ter plaatse niet handhavend op te treden worden afgeleid.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.260.433/01

CJIB-nummer

: 217174635

Uitspraak d.d.

: 12 januari 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is R.A. Goemmatov, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 27 februari 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De advocaat-generaal heeft in reactie op het verzoek van het hof zoals gedaan in het tussenarrest nadere informatie toegestuurd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. In reactie op de vragen van het hof verklaart de verbaliserend ambtenaar in een aanvullend proces-verbaal onder meer:

“Naar aanleiding van de vraag van het hof of er gehandhaafd wordt op het parkeren op de invalidenparkeerplaats op het Plein te ’s-Gravenhage, kan ik u vertellen dat er geen gedoogbeleid bestaat omtrent het parkeren op de invalidenparkeerplaats. Ik kan niet voor alle collega’s spreken, maar er wordt wel degelijk gehandhaafd. Het kan zijn dat op de videobeelden die door gemachtigde zijn getoond, desbetreffende politievoertuigen naar een incident toereden, waardoor er niet is gekeken naar de geparkeerde voertuigen op de invalidenparkeerplaats. Tevens zijn er op het Plein een 11-tal plaatsen ingericht als opstelplaats voor taxi’s. Dit betreft het gedeelte op het Plein voor de ingang van de Tweede Kamer. Ik doe als bijlage een foto van het bord waarop staat dat er 11 taxi’s mogen staan op de taxi opstelplaats.Ik kan u als verbalisant tevens mededelen dat er 938 vergunningen zijn uitgedeeld door de gemeente ’s-Gravenhage en dat er maar iets van 200 beschikbare plaatsen in de gemeente zijn, waar taxi’s zich kunnen opstellen.

Dit is mij verbalisant verteld door een taxichauffeur die ook bij de gemeente ’s-Gravenhage werkt. Dit geeft al aan dat er teveel vergunningen zijn uitgegeven voor de beschikbare plaatsen.”

2. Bij het proces-verbaal bevindt zich een foto van een bord waarop staat: “Taxi opstelplaats vr 01.00-06.00 h, vr t/m za 22.00-06.00 h, za t/m zo 22.00 – 06.00 h, max 11 auto’s.”

3. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar wederom niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom opeens een sanctie is opgelegd, terwijl er al jaren van dezelfde verkeerssituatie en omstandigheden sprake is. De gemachtigde wijst er ook weer op dat de voortuigen van de politie die op de beelden te zien zijn rustig voorbijrijden of zelfs stilstaan, maar de taxi’s onberoerd laten. Daarnaast betwist de betrokkene niet dat er taxiplaatsen zijn, maar hij herhaalt dat er al jaren lang meer dan 11 taxi’s gedoogd worden om het rondhangende publiek zo snel mogelijk af te voeren.

4. In wat de gemachtigde heeft aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Er kan dan ook worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dat de betrokkene niet ter plaatse heeft geparkeerd maar van die plek gebruik heeft gemaakt om uit te wijken is niet aannemelijk gemaakt.

5. Naar oordeel van het hof zijn er geen omstandigheden die maken dat de sanctie moet worden gematigd of achterwege moet blijven. Gelet op de aanvullende informatie kan niet worden gezegd dat sprake is van een bestendige gedragslijn waaraan de betrokkene vertrouwen mocht ontlenen. In de aanvullende informatie benadrukt de ambtenaar dat er geen gedoogbeleid is en er wel gehandhaafd wordt. Dat de betrokkene beelden heeft van politie die niet optreedt, wijst niet op voorhand op een vastgesteld gedoogbeleid of bestendige gedragslijn. Een ambtenaar heeft een

discretionaire bevoegdheid om al dan niet handhavend op te treden bij constatering van een gedraging. Indien door ambtenaren - mogelijk meermaals, zoals de gemachtigde onder verwijzing naar beeldmateriaal heeft gesteld – niet wordt opgetreden tegen parkeerovertredingen, brengt dit niet met zich mee dat de betrokkene erop mag vertrouwen dat ook hij gevrijwaard blijft van een sanctie. De gemachtigde voert daarnaast weliswaar aan dat de taxi’s daar zouden staan in verband met de afvoer van uitgaanspubliek, maar uit de informatie van de ambtenaar blijkt dat vlakbij de locatie waar de betrokkene stond in de nachtelijke uren een taxistandplaats is waar 11 taxi’s mogen staan. Dit betekent dus dat het niet zo is dat er geen afvoer van uitgaanspubliek meer mogelijk is, wanneer het parkeren van een taxi op een gehandicaptenparkeerplaats gehandhaafd wordt.

6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.