ECLI:NL:GHARL:2021:2996
public
2021-04-08T12:49:26
2021-03-30
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-03-30
Wahv 200.269.016/01
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:2996
public
2021-04-08T12:48:55
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:2996 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-03-2021 / Wahv 200.269.016/01

Om technische redenen is één van de twee foto's van de roodlichtcamera overbelicht waardoor het kenteken niet leesbaar is. Dat maakt die foto niet onbruikbaar.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.269.016/01

CJIB-nummer

: 222051535

Uitspraak d.d.

: 30 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 10 september 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is I.M.C. Henkes, woonachtig te Venray.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 december 2018 om 16.47 uur op de N270 Europaweg in Deurne met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde van de betrokkene, tevens de bestuurder van het voertuig, voert aan dat de kantonrechter ten onrechte stelt dat uit de eerste foto blijkt dat het betreffende voertuig de radardetectie activeert en dat op de tweede foto te zien is dat het voertuig verder is gereden. Dit is niet waar, aangezien op de eerste foto het kenteken van het voertuig niet leesbaar is. Ook is geen merk, vorm of kleur zichtbaar, zodat op basis van deze foto niet kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het voertuig is dat op deze foto te zien is. Op de tweede foto is het kenteken wel zichtbaar, maar hier is het voertuig het verkeerslicht al ver gepasseerd. Nu niet vastgesteld kan worden dat op beide foto’s hetzelfde voertuig staat afgebeeld, kunnen de foto’s niet gebruikt worden als bewijsmateriaal en kan aldus de gemachtigde niet worden aangetoond dat de gedraging is verricht.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.

Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,6 seconden.

Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. (…)

De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal. (…)

Merk van voertuig: Renault

Type van voertuig: Kangoo (…)”

5. Het is het hof ambtshalve bekend dat gedragingen als de onderhavige worden geconstateerd met behulp van radardetectie of een lusdetector, die door twee achter elkaar liggende inductielussen in het wegdek wordt geactiveerd indien een voertuig bij rood licht de stopstreep passeert. Bij een dergelijke constatering worden van iedere gedraging twee foto's gemaakt, ongeveer één seconde na elkaar. De gegevens die betrekking hebben op de constatering verschijnen in een databalk boven of onder de foto.

6. Het voorgaande wordt bevestigd door een Technisch adviseur Verkeershandhavingsmiddelen van het Openbaar Ministerie, bij wie de advocaat-generaal naar aanleiding van het verweer van de betrokkene navraag heeft gedaan. De advocaat-generaal vermeldt hierover dat haar is gebleken dat:

“bij de constatering van gedragingen als onderhavige er meerdere foto’s per voertuig worden gemaakt. Degene waar het kenteken uitgelezen wordt, is over het algemeen een donkere foto waarmee door oplichten en een hoog contrast een kenteken leesbaar gemaakt kan worden. Voor de herkenbaarheid van het eigen voertuig van betrokkene wordt een meer opgelichte foto gebruikt. Deze kunnen snel overbelicht raken waardoor het kenteken niet meer zichtbaar is.”

7. Tot het dossier behoren twee foto’s die van de gedraging zijn gemaakt. Op beide foto’s is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is een voertuig te zien dat zich nog voor de stopstreep bevindt. Het verkeerslicht staat op dat moment 0,6 seconden op rood. Op deze foto is het kenteken van het voertuig is niet leesbaar, wel zijn de contouren van het voertuig zichtbaar. Te zien is dat dit voertuig een bestelauto betreft. Op de tweede foto, die 1,6 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd. Uit de gegevens in de databalk blijkt dat deze foto’s, zoals reeds onder 5. en 6. is uitgelegd, bij elkaar horen. Hoewel de tweede foto vrij donker is, is hierop een deel van de achterzijde van het voertuig te zien en is het kenteken leesbaar en wordt dit rechts onderin vergroot weergegeven. Het kenteken komt overeen met dat van de bestelauto van de betrokkene. Het hof stelt – op basis van de foto’s – vast dat op beide foto’s hetzelfde voertuig te zien is. De omstandigheid dat op foto 1 het kenteken niet leesbaar is, doet aan het voorgaande niet af. Aldus kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde.

8. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.