Hof ziet geen reden voor afsplitsing deel van zaak na tussentijds partieel cassatieberoep. Hele procedure geschorst.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.211.929/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/187568 / HA ZA 16-251)
arrest van 20 april 2021
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
hierna: [appellant],
appellant in principaal appel, tevens geïntimeerde in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. C.F. van Helvoirt, kantoorhoudend te Arnhem,
tegen
1de publiekrechtelijke rechtspersoonWaterschap Vechtstromen,
zetelende te Almelo,
hierna: het Waterschap,
2. [geïntimeerde2] ,
wonende te [B] ,
hierna: [geïntimeerde2],
geïntimeerden in het principaal appel, tevens eisers in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,
hierna gezamenlijk te noemen: het Waterschap c.s.,
advocaat: mr. D.G.J. Sanderink, kantoorhoudend te Enschede,
en
de op grond van artikel 118 Rv opgeroepen derden
1. [C] zowel in privé als in hoedanigheid van vennoot van de vennootschap onder de firma Rederij [E] v.o.f.,
wonende te [B] ,
2. [D] zowel in privé als in hoedanigheid van vennoot van de vennootschap onder de firma Rederij [E] v.o.f.,
wonende te [B] ,
3. Rederij [E] v.o.f.,
gevestigd te [B] ,
hierna te noemen: Rederij [E],
gezamenlijk te noemen: [F] c.s.,
advocaat: mr. D.F. Fransen, kantoorhoudend te Zwolle,
en
4Coöperatieve Rabobank U.A.,
gevestigd te Utrecht,
niet verschenen.
1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof verwijst voor het verloop van de procedure naar de tussenarresten van
7 juli 2020 en 24 november 2020.
Vervolgens hebben het Waterschap c.s. op 2 maart 2021 een akte genomen waarin zij meedelen dat zij beroep in cassatie hebben ingesteld, uitsluitend tegen [appellant] maar dat zij de procedure tegen [F] c.s. onverkort bij dit hof willen voortzetten en aandringen op het bepalen van een mondelinge behandeling op korte termijn.
Op 30 maart 2021 hebben zowel [appellant] als [F] c.s. een antwoordakte genomen.
Het Waterschap c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de akte van [appellant] , stellende dat de procedure tussen het Waterschap c.s. en [appellant] van rechtswege is geschorst als gevolg van het instellen van het beroep in cassatie en [appellant] geen aktes meer mag nemen.
2De beoordeling
Het hof verwerpt het bezwaar van het Waterschap c.s. betreffende de akte van [appellant] . Het Waterschap c.s. hebben het verzoek gedaan om de procedure op te splitsen en voort te zetten tussen uitsluitend het Waterschap c.s. en [F] c.s., daarbij de positie van de Rabobank in het midden latend. [appellant] heeft het recht zich over dit uitzonderlijke verzoek uit te laten dat betrekking heeft op het verdere verloop van de procedure, maar niet ziet op de als gevolg van het ingestelde cassatieberoep geschorste inhoudelijke behandeling van het geschil tussen het Waterschap c.s. en [appellant] . Overigens hebben [F] c.s. zich geconformeerd aan de inhoud van de akte van [appellant] .
Het hof ziet geen redenen om de procedure tegen [F] c.s. af te splitsen en voort te zetten. Deze afsplitsing – zo al mogelijk – leidt tot grote processuele complicaties ( [F] c.s. hebben aangegeven mogelijk tussen te willen komen in cassatie, [appellant] overweegt een incidenteel cassatieberoep, de positie van Rabobank is bij afsplitsing geheel onduidelijk). Bij het doorprocederen over hetzelfde feitensubstraat bij meerdere rechterlijke colleges is het risico op tegenstrijdige oordelen zeer aanzienlijk, hetgeen het hof allesbehalve wenselijk voorkomt.
Het hof zal dan ook het verzoek van het Waterschap c.s. afwijzen. De hele procedure is geschorst als gevolg van het instellen van het cassatieberoep door het Waterschap c.s. Het hof zal de zaak ambtshalve doorhalen op de rol. De meest gerede partij kan, indien het cassatieberoep is afgewikkeld en de daarin genomen beslissingen daartoe aanleiding geven, de zaak weer op de rol plaatsen.
3De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
wijst het verzoek tot afsplitsing van en voortprocederen in de procedure tussen het Waterschap c.s. en [F] c.s. af;
verstaat dat de procedure is geschorst als gevolg van het instellen van het beroep in cassatie door het Waterschap c.s.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, R.E. Weening en J. Smit en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021