ECLI:NL:GHARL:2021:3977
public
2021-05-11T13:33:51
2021-04-22
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-04-22
Wahv 200.265.896
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:3977
public
2021-05-11T13:33:21
2021-05-11
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:3977 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-04-2021 / Wahv 200.265.896

Artikel 6:5/6:6 Awb. Geen beroepsgronden. De gemachtigde deelt op de laatste dag van de hersteltermijn na sluitingstijd van de griffie mee dat hij de gronden al eerder heeft ingediend. Nadat de griffier laat weten dat geen gronden zijn ontvangen, komen deze vier dagen later binnen. Het verzuim is niet tijdig hersteld. Volgt niet-ontvankelijkverklaring.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.265.896/01

CJIB-nummer

: 221848940

Uitspraak d.d.

: 22 april 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 25 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. In het hoger beroepschrift voert de gemachtigde van de betrokkene niet aan waarom hij het niet eens is met de beslissing van de kantonrechter. Het hof stelt vast dat het hoger beroepschrift geen beroepsgronden bevat. Dat een beroepschrift gronden bevat, is op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel verplicht. De griffier van het hof heeft de gemachtigde bij brief van 9 december 2019 op dit verzuim gewezen en hem in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen vier weken na dagtekening van de brief. Daarbij is de gemachtigde erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het verzuim niet tijdig wordt hersteld.

2. De termijn om het verzuim te herstellen eindigde op 6 januari 2020. Uit het dossier blijkt dat de gemachtigde op 6 januari 2020 om 17.04 uur een e-mailbericht heeft verzonden aan de griffie van het hof, waarin hij aangeeft dat hij op 30 december 2019 gronden heeft ingediend per post, maar tot op heden geen ontvangstbevestiging heeft ontvangen. Op 7 januari 2020 heeft de griffier van het hof de gemachtigde laten weten dat tot op heden geen post is ontvangen. Op 7 januari 2020 heeft de gemachtigde aan de griffie van het hof een e-mailbericht verzonden met als bijlage een pdf-bestand met gronden. In dit bericht geeft de gemachtigde aan dat er sprake moet zijn van vertraging door al het “kerstmis-verkeer”. Verder volgt uit het dossier dat door het hof, blijkens een stempel, op

10 januari 2020 per post gronden zijn ontvangen.

3. De verzendende partij moet aannemelijk maken dat verzending heeft plaatsgevonden. In beginsel aanvaardt degene die per gewone post een stuk verzendt het risico dat er geen bewijs van verzending is en dat het betreffende stuk de geadresseerde niet bereikt. Wanneer een door de (gemachtigde van de) betrokkene verzonden stuk het hof niet bereikt, komen de gevolgen daarvan dan ook voor rekening van de betrokkene.

4. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij op 30 december 2019 de desbetreffende gronden heeft verzonden.

5. Op de laatste dag van de hersteltermijn heeft de gemachtigde na sluitingstijd bij de griffie van het hof geïnformeerd of de gronden het hof hebben bereikt. De gronden die de gemachtigde vervolgens op 7 januari 2020 heeft ingediend, zijn ingediend na het verstrijken van de hersteltermijn.

6. Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat de gemachtigde het verzuim om gronden in te dienen niet tijdig heeft hersteld. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Gegeven deze beslissing is er geen recht op een proceskostenvergoeding. Het hof zal het verzoek om een proceskostenvergoeding derhalve afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.