Machtiging. Degene die bij de kantonrechter beroep heeft ingesteld, is door de kantonrechter niet erkend als gemachtigde van de betrokkene. Daarom is uitsluitend de persoon die bij de kantonrechter beroep had ingesteld beroepsgerechtigd in hoger beroep. Zonder een machtiging van die persoon kan door of namens de betrokkene geen hoger beroep worden ingesteld.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.248.426/01 CJIB-nummer : 210438125 Uitspraak d.d. : 18 januari 2021 |
Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 september 2018, betreffende
[A] , wonende te [B] .
Hoger beroep ingesteld door [de betrokkene] , wonende te [B] .
De gemachtigde van [de betrokkene] is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van [de betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
De beoordeling
1. Het hof dient allereerst te beoordelen of degene die hoger beroep heeft ingesteld, beroepsgerechtigd is.
2. Aan [de betrokkene] is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd. Tegen deze beschikking is administratief beroep ingesteld door [A] . De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat [A] geen machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij of zij namens [de betrokkene] administratief beroep mocht instellen tegen de inleidende beschikking. Die beslissing heeft dus te gelden als beslissing op het beroep van [A] . De kantonrechter heeft het beroep beschouwd als ingesteld door de gemachtigde namens [A] en het beroep ongegrond verklaard. Gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wahv, kan alleen hoger beroep worden ingesteld door of namens [A] .
3. Uit het hoger beroepschrift blijkt dat de gemachtigde namens [de betrokkene] hoger beroep instelt. In de nadere toelichting bevestigt de gemachtigde dat hij namens [de betrokkene] optreedt. Nu [de betrokkene] niet degene is namens wie beroep is ingesteld bij de rechtbank (maar [A] ) kan niet namens Kharkach hoger beroep worden ingesteld.
4. Het hof zal, gelet op artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de gemachtigde in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na verzending van dit tussenarrest een machtiging te verstrekken waaruit blijkt dat hij (ook) gemachtigd is om namens [A] hoger beroep in te stellen. Indien de gemachtigde deze machtiging niet (tijdig) overlegt, kan het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De beslissing
Het gerechtshof:
stelt de gemachtigde in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van dit tussenarrest een machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [A] hoger beroep in te stellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.