Gedraging voldoende individualiseerbaar? De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de locatie van de gedraging niet aan de hand van de plaats- en straatnaam en de andere informatie in het dossier heeft kunnen achterhalen.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.275.333/01 CJIB-nummer : 223549317 Uitspraak d.d. : 26 april 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De gemachtigde heeft het zittingsverzoek ingetrokken.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2019 om 11:36 uur op de Willem van Weldammelaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het verdedigingsbeginsel is geschonden. De betrokkene kan zich onvoldoende verweren tegen de opgelegde sanctie, omdat de precieze pleeglocatie ontbreekt, geen aankondiging van beschikking is achtergelaten en zich in het dossier geen foto’s bevinden. De Willem van Weldammelaan te Amsterdam als pleeglocatie opnemen is zeer algemeen. De ambtenaar heeft niet vermeld ter hoogte van welk perceel de vermeende gedraging is begaan. De ambtenaar had tenminste duidelijke foto’s moeten maken en een perceelnummer moeten noteren. Het is technisch gezien niet mogelijk een zaak aan te melden bij het CJIB zonder een foto mee te sturen. In iedere parkeerzaak moet daarom een foto worden gemaakt. Ook in deze zaak moet een foto aanwezig zijn, maar deze bevindt zich niet in het dossier.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik heb met betrekking tot deze overtreding de bestuurder niet staande gehouden maar op kenteken geschreven omdat de betrokkene niet bij het voertuig aanwezig was. Ik verbalisant zag dat het voertuig geparkeerd stond in een parkeerschijfzone aangeduid met bord E10. Ik zag dat het bord zichtbaar en duidelijk was aangebracht met onderbord. Ik zag dat de volgende tekst is vermeld op het onderbord: ‘ma t/m zat 09:00-19:00h, max. 1.5h’. Tevens zag ik dat er een blauwe streep langs de parkeerplaatsen aanwezig was. Ik zag dat er geen zichtbare ontheffing/vergunning aanwezig was achter de voorruit van het voertuig.”
4. Naar het oordeel van het hof is met de aanduiding Willem van Weldammelaan de pleeglocatie voldoende aangeduid. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij met de eveneens in het dossier aanwezige gegevens die betrekking hebben op de datum en het tijdstip van de gedraging, de exacte locatie van de hier verweten parkeerovertreding niet heeft kunnen achterhalen.
5. De omstandigheid dat foto's van de gedraging of een aankondiging van beschikking ontbreken brengt op zichzelf niet mee dat onvoldoende verweer kan worden gevoerd.
6. Artikel 4, derde lid, van de Wahv bepaalt dat een aankondiging van beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Deze bepaling geeft de ambtenaar de mogelijkheid om een aankondiging van beschikking achter te laten, maar verplicht hem daartoe niet. Nu de inleidende beschikking ruimschoots binnen de daarvoor geldende termijn aan de betrokkene is toegezonden, kan niet worden vastgesteld dat hij in zijn verdedigingsbelang is geschaad door het niet ter plaatse achterlaten van de aankondiging van de beschikking. Dat laatste geldt ook voor het feit dat er geen foto’s van de gedraging zijn gemaakt, zoals door de gemachtigde aangevoerd. Geen rechtsregel verplicht daartoe, terwijl de inleidende beschikking voldoende informatie voor de betrokkene bevat om zich op een adequate wijze daartegen te verdedigen.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.