Hoger beroep van het Openbaar Ministerie. Evenals de rechtbank spreekt het hof verdachte vrij van het bezit van MDMA-pillen.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-007035-18
Uitspraak d.d.: 29 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 10 december 2018 met parketnummer 08-963589-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. E.M.J. Thomas, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 december 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis bevestigen met aanvulling van de gronden.
Aanvullende overweging
Het openbaar ministerie heeft, zakelijk weergegeven, in de appelschriftuur het volgende aangegeven. De locatie waar de grote hoeveelheid drugs werd aangetroffen en de omstandigheden waaronder, namelijk in de woonkamer op een stoel waar het [naam] hesje van verdachte en ook zijn gewone jas overheen hing, maken dat het openbaar ministerie van mening is dat verdachte de beschikkingsmacht had over de tas met MDMA-pillen en hij op zijn minst voorwaardelijk opzet had op het aanwezig hebben van de drugs. De advocaat-generaal sloot zich ter zitting in hoger beroep aan bij de inhoud van de appelschriftuur.
Het hof overweegt als volgt.
Na het vonnis van de rechtbank zijn de zoon en vrouw van verdachte alsnog gehoord door de politie. De in hoger beroep aan het dossier toegevoegde stukken, waaronder deze verhoren en het proces-verbaal van verbalisant D. Wijnberg op pagina 41 van het aanvullende dossier maken de bewijsbeslissing naar het oordeel van het hof niet anders. Het hof bevestigt aldus de beslissing van de rechtbank.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. G.A. Versteeg en mr. E. Pennink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,
en op 29 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.