ECLI:NL:GHARL:2021:437
public
2021-02-08T09:11:12
2021-01-19
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-01-19
Wahv 200.250.727/01
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:437
public
2021-02-08T09:10:45
2021-02-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:437 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-01-2021 / Wahv 200.250.727/01

Op een rotonde niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft. De gedraging is niet verricht. Weliswaar wisselde de betrokkene van voorsorteerstrook, maar beide stroken waren bestemd voor dezelfde richting.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.250.727/01

CJIB-nummer

: 213472413

Uitspraak d.d.

: 19 januari 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 6 november 2018, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel is nadere informatie toegestuurd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft niet op de nadere informatie gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 november 2017 om 23.10 uur op de Prins Bernhardweg in Zaandam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde van de betrokkene heeft onder meer aangevoerd dat onvoldoende is vast komen te staan dat de gedraging is verricht. De ambtenaar heeft verklaard dat de bestuurder van het voertuig eerst links aanhield, vervolgens de ambtenaar rechts heeft ingehaald en daarna alsnog naar de rijstrook voor linksaf is gegaan. Indien de betrokkene vervolgens linksaf is afgeslagen, zoals de ambtenaar stelt, dan is wel degelijk de richting gevolgd die de voorsorteerstrook aangeeft.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de onderhavige sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Be (het hof begrijpt: betrokkene) naderde verbalisant van achteren op strook voor links. Passeerde mij rechts op de strook voor rechtdoor en sneed mij vervolgens af naar de strook voor links.”

5. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal van 6 februari 2019 waarin de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende verklaart:

“Op zaterdag, 11 november 2017, omstreeks 23.10 uur reed ik, verbalisant, op de Prins Bernhardweg te Zaandam, komende uit de richting van knooppunt Zaandam, te weten Rijksweg A8, gaande in de richting van de rotonde Prins Bernhardplein te Zaandam, gemeente Zaandam. (…) Ter hoogte van circa hectometerpaal 3,6 reed ik op de meest linker rijstrook. Vanaf hectometerpaal 3,6 is de weg ingedeeld in 3 voorsorteervakken. Het meest linker voorsorteervak voor linksaf, het middelste voorsorteervak voor linksaf en rechtdoor en het meest rechter voorsorteervak voor rechtdoor en rechtsaf. Ik zag in mijn binnenspiegel dat een voertuig mij versneld naderde op de meest linker rijstrook, kennelijk komende vanuit de richting van de Rijksweg A7. Ik zag dat er op dat moment meerdere voertuigen reden op zowel de linkerrijstrook als de middelste rijstrook. Tevens zag ik dat er, voor mij, op deze rijstroken meerdere voertuigen reden. Ik zag dat er op korte afstand voor mij een voertuig reed. Ik zag dat het voertuig dat mij op de middelste rijstrook rechts inhaalde een Volkswagen Caddy betrof met het kenteken [YY-000-Y] . Door deze manoeuvre was ik genoodzaakt te remmen om een aanrijding te voorkomen daar de ruimte tussen mij en mijn oorspronkelijke voorganger dusdanig klein was dat er geen personenauto behoorlijk tussen kon voegen. Deze rotonde betreft een zogenaamde meerstrooks turborotonde. Als men de rotonde nadert, ziet men boven de afzonderlijke rijstroken bewegwijzering. Op de rijstroken zijn de aangegeven rijrichtingen met pijlen gemarkeerd. Men dient op deze rotonde zo veel mogelijk het aangegeven en gekozen voorsorteerstrook en markeringen te volgen. (…) Ik zag dat de Volkswagen Caddy vervolgens de rotonde, het Prins Bernhardplein te Zaandam, gemeente Zaanstad op reed. Ik zag dat de Volkswagen Caddy op de meest linker rijstrook de rotonde bleef volgen en ter hoogte van het verkeerslicht bij de kruising met de Prins Bernhardbrug niet stopte voor het rode verkeerslicht.”

6. De gedraging betreft een overtreding van artikel 78, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende voor zover van belang:

‘Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft.’

7. De Nota van Toelichting bij artikel 78 van het RVV 1990 luidt, voor zover hier van belang:

“Met de nieuwe tekst wordt bereikt dat de bestuurder die van voorsorteerstrook wisselt daarop kan worden aangesproken zelfs al is ter plaatse geen doorgetrokken streep toegepast. In dergelijke gevallen kan van de bestuurder immers niet worden gezegd dat hij bij het volgen van een bepaalde richting van de voorsorteerstrook gebruik heeft gemaakt omdat hij deze pas op een later moment is gaan berijden. Hiermee wordt een rustig verkeersbeeld bevorderd. Op kruispunten met voorsorteerstroken moeten bestuurders van de voorsorteerstrook die op hun richting betrekking heeft gebruik maken. Het ergerlijke rijstrook wisselen kan hiermee worden beperkt.”

8. Volgens vaste rechtspraak wordt een rotonde aangemerkt als een kruispunt. Voor zover vóór het kruispunt voorsorteerstroken zijn aangebracht, vloeit uit het gebruik hiervan voort dat bestuurders op het kruispunt de richting moeten volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Door vóór het oprijden van de rotonde middels de daartoe bestemde voorsorteerstroken de gewenste richting te kiezen, wordt het verkeer op een rustige en ordelijke wijze over de rotonde in de vooraf gekozen richting geleid.

9. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene reed op de strook voor linksaf, vervolgens de ambtenaar rechts via de middenstrook - mede voor linksaf - heeft ingehaald en daarna alsnog naar de meest linker rijstrook - voor linksafgaand - is gegaan. Voor de vaststelling of de onderhavige gedraging is verricht, is bepalend welke richting de betrokkene vervolgens heeft gevolgd, vanaf de rijstrook voor links afgaand verkeer.

10. Gelet op de verklaring van de ambtenaar is de betrokkene op de rotonde de richting voor linksafgaand verkeer blijven volgen. De betrokkene heeft aldus de richting van het voorsorteervak gevolgd, zodat kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking dient daarom vernietigd te worden. Het hof zal beslissen als hierna te melden. De overige bezwaren van de gemachtigde behoeven in verband hiermee geen bespreking meer.

11. Nu de betrokkene in het gelijk is gesteld, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Er is beroepsmatig rechtsbijstand verleend. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht het voor het horen door de officier van justitie toegekende hele punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van

€ 934,50 (= 3,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 934,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.