Radarsnelheidsmeter juist opgesteld? Uit de toelichting van een technisch medewerker van het OM blijkt dat het in het politievoertuig ingebouwde meetmiddel standaard op de correcte meethoek staat ingesteld.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.257.888/01 CJIB-nummer : 206457946 Uitspraak d.d. : 5 januari 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 8 januari 2019, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
Het tussenarrest
De inhoud van het tussenarrest van 10 oktober 2019 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
De gemachtigde heeft laten weten af te zien van een zitting.
De beoordeling
1. In het tussenarrest is overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Het hof acht het hoger beroep ontvankelijk en zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
2. De gemachtigde voert aan dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden.
3. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het administratief beroepschrift heeft verzocht om een telefonisch hoorzitting. Bij brief van 28 augustus 2017 heeft de officier van justitie de gemachtigde bericht dat hij de mogelijkheid krijgt om het beroepschrift telefonisch toe te lichten op
27 september 2017 of 2 oktober 2017. Daarbij is de gemachtigde verzocht om met het meegestuurde antwoordformulier zijn voorkeur voor een van de daarop genoemde mogelijkheden aan te geven. De gemachtigde heeft bij brief van 9 september 2017 op deze brief gereageerd. De gemachtigde geeft aan dat de officier van justitie vooraf met de gemachtigde een schriftelijke afspraak dient te maken en dat deze mededeling uitdrukkelijk niet op te vatten is als mededeling ex artikel 7:17, aanhef en onder d (het hof begrijpt: onder c), van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4. De officier van justitie overweegt in de beslissing dat de gelegenheid is geboden om op
2 oktober 2017 het beroep mondeling toe te lichten, maar dat is afgezien van het horen omdat in de onderhavige zaak geen reactie is ontvangen. Dit wordt gezien als mededeling conform artikel 7:17 van de Awb.
5. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in administratief beroep op de juiste wijze heeft verzocht om een hoorzitting. Geen van de andere uitzonderingssituaties van artikel 7:17 van de Awb doet zich voor. De officier van justitie mocht daarom niet afzien van een hoorzitting. Nu de gemachtigde in reactie op de brief van 28 augustus 2017 niet heeft aangegeven op 2 oktober 2017 verhinderd te zijn, mocht de officier van justitie ervan uitgaan dat de gemachtigde op 2 oktober 2017 niet verhinderd was en kon op die datum de hoorzitting plaatsvinden. Uit de beslissing van de officier van justitie blijkt echter dat de hoorzitting van 2 oktober 2017 geen doorgang heeft gevonden en dat de officier van justitie geen andere hoorzitting heeft gehouden. De hoorplicht is geschonden. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie daarom gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.
6. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 55,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met
9 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 april 2017 om 9:01 uur op de Statenweg in Boekel met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
7. De gemachtigde voert aan dat de meting niet conform de daartoe gestelde voorschriften is verricht. De meting is onvoldoende betrouwbaar. De opstelling stond op een zachte ondergrond. Blijkens de handleiding van de meetapparatuur is dit niet toegestaan. Dit geldt niet alleen bij statiefmetingen, maar ook bij metingen met ingebouwde apparatuur. Verder is de meethoek niet afgesteld op de vereiste 22 graden zoals de handleiding verplicht. Er is niets bekend over de wijze waarop de hoek is afgesteld.
8. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
9. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen snelheid): 72 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 69 km per uur.
Toegestane snelheid: 60 km per uur.
Overschrijding met: 9 km per uur.
Soort snelheidsmeetmiddel: radar.
Merk: Jenoptik.
Type: Multaradar CT.”
10. Het hof ziet geen reden te twijfelen aan de gegevens in het zaakoverzicht waaruit blijkt dat de ambtenaar het snelheidsmeetmiddel op de voorgeschreven wijze heeft gebruikt. Dat de meethoek niet is vermeld, is hiervoor onvoldoende. Geen rechtsregel schrijft voor dat de meethoek waaronder de gebruikt meetapparatuur is opgesteld in het zaakoverzicht dient te worden vermeld. Het hof neemt hierbij verder in aanmerking de door de heer [B] , Technische Adviseur Verkeershandhavingsmiddelen van het Openbaar Ministerie gegeven toelichting zoals opgenomen in het verweerschrift van de advocaat-generaal: ‘Bij de ingebouwde Multaradars CT werkt het opstellen relatief eenvoudig. Het voertuig waarin het apparatuur is ingebouwd wordt parallel aan de wegas geparkeerd. Het meetmiddel dat aan het voertuig bevestigd is, kan dan eenvoudig gedraaid worden in een standaardhoek van 22 graden. Deze ‘klikt’ als het ware op de juiste positie vast waarna het apparaat gereed is voor handhaving. Hier kun je, mits het voertuig juist geparkeerd is, geen fouten mee maken.’
11. Het hof ziet in de stelling van de gemachtigde dat de meetopstelling op zachte ondergrond stond ook geen reden eraan te twijfelen dat het snelheidsmeetmiddel op de voorgeschreven wijze is gebruikt. De gebruikte apparatuur is ingebouwd in een politievoertuig. Dat de meetopstelling op een zachte ondergrond stond waardoor de meting is beïnvloed is niet aannemelijk geworden.
12. Nu de gedraging voor het overige niet wordt betwist, kan, gelet op het voorgaande, worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaren.
13. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.