Dubbel parkeren. Het voertuig van de betrokkene stond parallel aan een parkeervak en belette daardoor de toegang tot/het vertrek uit dat vak. Daarmee is sprake van dubbel parkeren.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
|
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
Zaaknummer : Wahv 200.253.991/01 CJIB-nummer : 205424252 Uitspraak d.d. : 25 januari 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 28 december 2018, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. De in hoger beroep opgeworpen bezwaren richten zich onder meer tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “dubbel parkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 februari 2017 om 20:51uur op de Kromme Hagen in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet is verricht, omdat het voertuig niet parallel aan een parkeervak is geplaatst. Het voertuig van de betrokkene stond half in c.q. voor een parkeervak, waarna met een ander voertuig daarvoor is geparkeerd. Gelet op de in het arrest van het hof van 6 juni 2017 gegeven definitie van dubbel parkeren, is daarvan in de onderhavige zaak geen sprake.
3. Artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verbiedt het dubbel parkeren van een voertuig. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder het voornoemd voertuig dubbel had geparkeerd naast een bezet parkeervak.”
5. De betrokkene heeft in administratief beroep naar voren gebracht haar voertuig de dag daarvoor in het parkeervak te hebben geparkeerd. Door de harde wind die nacht en het feit dat de handrem niet goed was aangetrokken, is het voertuig achteruit gerold. Een omwonende kan dit bevestigen, alsmede dat een ander voertuig daarna via het trottoir voor dat van de betrokkene is gaan staan. Er is ook nog een Belgische getuige die een en ander kan bevestigen. Op de bijgevoegde foto’s is volgens de betrokkene ook duidelijk te zien dat het voertuig tot stilstand is gekomen in de afwateringsgoot van de weg.
6. Op voormelde foto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene met de voorwielen in een parkeervak staat. In dat parkeervak staat een ander voertuig. De achterwielen van het voertuig van de betrokkene staan in een smalle goot die haaks loopt op de aldaar gesitueerde parkeervakken.
7. Naar het oordeel van het hof kan op basis van voorgaande informatie worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene parallel aan een parkeervak stond geparkeerd, waarmee de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak werd geblokkeerd. Voor een voertuig in het parkeervak is het immers in die situatie niet mogelijk om dat vak te verlaten en ook is het niet mogelijk om het parkeervak te betreden. Er is daarmee voldaan aan de definitie van dubbel parkeren, zoals het hof ook heeft gegeven in het arrest waaraan de gemachtigde refereert (te vinden op rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2017:4754). Dit betekent dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn om de sanctie te vernietigen.
8. Het hof is van oordeel dat van dergelijke redenen geen sprake is. De door de betrokkene geschetste gang van zaken, waarbij het voertuig ’s nachts achteruit is gerold en er daarna een ander voertuig voor is geplaatst, is in het geheel niet aannemelijk gemaakt. De betrokkene verwijst naar een tweetal getuigen, maar van deze getuigen zijn geen verklaringen overgelegd.
9. Voorgaande betekent dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft genomen door het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond te verklaren.
10. De gemachtigde beklaagt zich verder nog over de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarom hoeft het bezwaar tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding geen bespreking. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding in hoger beroep afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.