ECLI:NL:GHARL:2021:716
public
2021-02-08T09:27:12
2021-01-26
Raad voor de Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-01-26
Wahv 200.245.827
Hoger beroep
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:716
public
2021-02-08T09:26:44
2021-02-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:716 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-01-2021 / Wahv 200.245.827

Doorgetrokken streep. Het verbod op het overschrijden van een doorgetrokken streep geldt niet wanneer daarmee de vluchtstrook wordt bereikt. Dat de betrokkene onnodig gebruikmaakte van de vluchtstrook, maakt dat niet anders. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Zaaknummer

: Wahv 200.245.827/01

CJIB-nummer

: 211797133

Uitspraak d.d.

: 26 januari 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2018, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. drs. A.C.M. Brom, kantoorhoudende te Eersel.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 oktober 2017 om 7:17 uur op de A58 in Bavel AC met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de uitzondering van artikel 76, tweede lid, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 (RVV 1990) van toepassing is. Daarmee vervalt de overtreding van artikel 76, eerste lid, van het RVV 1990. De redenering van de kantonrechter dat de wetgever met genoemde uitzondering alleen kan hebben gedoeld op de situatie dat de doorgetrokken streep wordt overschreden met het doel de vluchtstrook te gebruiken waarvoor deze is bedoeld en dat de door de ambtenaar geconstateerde situatie daar niet op ziet, is onbegrijpelijk voor de gemachtigde. Als de wetgever andere doelen voor ogen had, dan had zij dit duidelijk in dit wetsartikel dienen te verwoorden. Artikel 76, tweede lid, van het RVV 190 spreekt niet over enige noodzaak om de vluchtstrook te gebruiken. De advocaat-generaal haalt een vereiste aan dat niet in de wet genoemd is.

3. In artikel 76 van het RVV 1990 is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:

“1. Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. (…).

2. Het eerste lid is niet van toepassing:

a. indien de streep wordt overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten;

(…)

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Zag de personenauto twee voertuigen voor mij uitvegen over de doorgetrokken streep verplaatsen richting de vluchtstrook. Er was geen sprake van nood. Maakte gebruik van vluchtstrook om stilstaand verkeer te passeren.”

5. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 76, eerste lid, van het RVV 1990. Het hof begrijpt in het licht hiervan de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht aldus dat het voertuig de doorgetrokken streep die zich niet langs de rijbaanverharding bevindt heeft overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchtstrook te bereiken. Daarmee doet de uitzondering van artikel 76, tweede lid, onder a, van het RVV 1990 zich hier voor en mist het eerste lid van dit artikel toepassing.

6. Dat er geen sprake was van een noodgeval maakt het voorgaande niet anders. Deze eis wordt niet gesteld in artikel 76, tweede lid, van het RVV 1990. De overweging van de kantonrechter dat de wetgever (het hof begrijpt: de regelgever) alleen kan hebben gedoeld op de situatie dat de doorgetrokken streep wordt overschreden met het doel de vluchtstrook te gebruiken waarvoor deze is bedoeld volgt het hof niet. De eis dat alleen in noodgevallen gebruik mag worden gemaakt van de vluchtstrook geldt wel, maar volgt uit artikel 43, derde lid, van het RVV 1990 waarin is bepaald dat behoudens in noodgevallen het weggebruikers verboden is op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. Overtreding van dit artikel betreft een andere gedraging, namelijk ‘behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg over de vluchtstrook of vluchthaven rijden’ (feitcode R 465 a). Dit betreft geen gedraging die valt onder de werking van de Wahv.

7. Nu artikel 76, eerste lid, van de RVV 1990 toepassing mist, kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven.

Het hof zal beslissen als hierna vermeld. De overige bezwaren van de gemachtigde behoeven gelet hierop geen bespreking meer.

8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en een nadere toelichting dienen in totaal 2,5 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 667,50.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 667,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.