ECLI:NL:HR:2021:145
public
2021-01-30T00:04:15
2021-01-28
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-01-29
19/03817
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
NL
Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:819, Gevolgd
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:145
public
2021-01-29T12:40:40
2021-01-29
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:145 Hoge Raad , 29-01-2021 / 19/03817

Art. 81 lid 1 RO. Arubaanse zaak. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Geschil tussen geschorste executeur-testamentair, tevens erfgenaam, en nieuw benoemde executeur. Bevel in kort geding tot ter beschikking stellen vermogensbestanddelen nalatenschap aan nieuwe executeur. Beroep op opzettelijke verzwijging van tot huwelijksgemeenschap behorende goederen (art. 4:1090 BW Aruba; vgl. art. 4:1110 BW (oud)).

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03817

Datum 29 januari 2021

ARREST

In de zaak van

[verzoeker],wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [verzoeker],

advocaat: R.S. Meijer,

tegen

[verweerder], in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van [erflaatster],kantoorhoudende te [vestigingsplaats], Aruba,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: D.M. de Knijff.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis van 22 november 2017 van de voorzieningenrechter in het Gerecht in eerste aanleg van Aruba in de zaak K.G. 2104 van 2017/AUA201702533;

  2. het vonnis van 18 juni 2019 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de zaak KG 2104/2017 - AUA 201702533 - AUA2018H00249 .

[verzoeker] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verzoeker] mede door A. Stortelder en L. Tolatzis.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Hochman in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 29 januari 2021.