ECLI:NL:HR:2021:146
public
2021-01-30T00:04:20
2021-01-28
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-01-29
19/04299
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:691, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:2175, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:146
public
2021-01-29T12:53:01
2021-01-29
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:146 Hoge Raad , 29-01-2021 / 19/04299

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Huurovereenkomst onder opschortende voorwaarde dat vergunning wordt verleend. Eerdere procedure over de vraag of de opschortende voorwaarde is vervuld en huurpenningen zijn verschuldigd. Heeft de in de eerdere procedure gedane uitspraak gezag van gewijsde? Maatstaf vergoeding kosten executiegeschil.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04299

Datum 29 januari 2021

ARREST

In de zaak van

1. [verhuurder],wonende te [woonplaats],

2. [de v.o.f.],gevestigd te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het incidentele cassatieberoep,

hierna: [verhuurder] c.s.,

advocaat: G.C. Nieuwland,

tegen

1. [de vader],wonende te [woonplaats],

2. [de moeder],wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,

hierna: [het echtpaar],

advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/03/217341 / HA ZA 16-118 van de rechtbank Limburg van 14 juni 2017 en 26 juli 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.222.449/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juni 2019.

[verhuurder] c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [het echtpaar] hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verhuurder] c.s. mede door A.F. Veldhuis en voor [het echtpaar] mede door J.M. Moorman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal en het incidenteel cassatieberoep.

De advocaat van [verhuurder] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep;

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [verhuurder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [het echtpaar] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep;

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [het echtpaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en door de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 29 januari 2021.