ECLI:NL:HR:2021:185
public
2021-02-26T10:08:11
2021-02-04
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-02-05
20/01652
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
NL
Civiel recht; Insolventierecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1151, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:4302, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2021-0068
RvdW 2021/193
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:185
public
2021-02-04T13:53:34
2021-02-05
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:185 Hoge Raad , 05-02-2021 / 20/01652

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek schuldeiser tot faillietverklaring van in buitenland woonachtige schuldenaren. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 3 Insolventieverordening, art. 2 lid 2 en lid 4 Fw.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01652

Datum 5 februari 2021

ARREST

In de zaak van

1. [schuldenaar 1],wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

2. [schuldenaar 2],wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [de schuldenaren],

advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

ACHMEA BANK N.V.,gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Achmea,

advocaat: M.A.M. Wagemakers.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaken C/16/20/111 F en C/16/20/112 F van de rechtbank Midden-Nederland van 10 maart 2020;

  2. het arrest in de zaak 200.275.696 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2020.

[de schuldenaren] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Het verzoekschrift tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Achmea heeft een verweerschrift tot referte ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [de schuldenaren] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 899,07 aan verschotten en € 800,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.