ECLI:NL:HR:2021:205
public
2021-02-22T17:28:09
2021-02-09
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-02-12
20/01962
Cassatie
NL
Bestuursrecht; Belastingrecht
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2020:562
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 17-02-2021
FutD 2021-0602
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:205
public
2021-02-17T13:56:17
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:205 Hoge Raad , 12-02-2021 / 20/01962

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01962

Datum 12 februari 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] Marokko (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 maart 2020, nr. 18/5330 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 17/6584) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Centrale Raad van Beroep heeft op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep aangetekend dat een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen is verzonden op 5 maart 2020.

Uit een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening blijkt dat dit beroepschrift op 1 juli 2020 bij de griffie van de Hoge Raad is ontvangen.

Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 16 april 2020. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 29 september 2020 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 19 oktober 2020 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.

Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2021.