ECLI:NL:HR:2021:222
public
2021-03-05T10:07:57
2021-02-11
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-02-12
19/05928
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1211, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:3589, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/215
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:222
public
2021-02-11T14:46:24
2021-02-12
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:222 Hoge Raad , 12-02-2021 / 19/05928

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Opdracht. Declaratiegeschil tussen advocaten. Art. 7:405 BW.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05928

Datum 12 februari 2021

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

[de maatschap],gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [de maatschap],

advocaat: E.J.H. Zandbergen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 4077410 CV EXPL 15-2984 van de kantonrechter te Tilburg van 16 maart 2016, 11 mei 2016 en 15 februari 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.213.635/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 mei 2017, 26 september 2017 en 1 oktober 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 1 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[de maatschap] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de maatschap] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.