ECLI:NL:HR:2021:244
public
2021-03-27T10:09:20
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-03-02
18/01251
Cassatie
NL
Strafrecht
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/289
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:244
public
2021-03-01T09:26:04
2021-03-02
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:244 Hoge Raad , 02-03-2021 / 18/01251

Medeplegen feitelijk leidinggeven aan opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door rechtspersoon (art. 69 AWR), medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en medeplegen oplichting (art. 326 Sr). HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01251

Datum 2 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2018, nummer 23/003015-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2021.