ECLI:NL:HR:2021:267
public
2021-02-20T00:02:20
2021-02-18
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-02-19
19/05964
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:892, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:3588, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:267
public
2021-02-18T15:52:21
2021-02-19
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:267 Hoge Raad , 19-02-2021 / 19/05964

Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid advocaat (art. 6:74 BW). Wederpartij brengt anticipatie-exploot in appelprocedure uit aan woonadres cliënte zonder dat de advocaat daarvan op de hoogte is, waardoor deze zich niet stelt in de procedure en ontslag van instantie volgt. Tekortkoming advocaat?

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05964

Datum 19 februari 2021

ARREST

In de zaak van

[eiseres],wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: N.C. van Steijn,

tegen

MAATSCHAP [de Maatschap],gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: De Maatschap,

advocaat: D.M. de Knijff.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/02/306977/HA ZA 15-721 van de rechtbank Zeeland-West- Brabant van 9 maart 2016 en 13 juli 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.206.927/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2017, 9 oktober 2018 en 1 oktober 2019.

[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof van 9 oktober 2018 en 1 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld.

De Maatschap heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Maatschap begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 19 februari 2021.