ECLI:NL:HR:2021:342
public
2021-03-04T11:33:15
2021-03-04
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-02-02
20/01863
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Strafrecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1274
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:342
public
2021-03-04T10:58:21
2021-03-04
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:342 Hoge Raad , 02-02-2021 / 20/01863

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Chileense nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. fraude en identiteitsdiefstal. 1. Genoegzaamheid van stukken i.v.m. te overleggen bewijsmateriaal ex art. 9.3.b Uitleveringsverdrag Nederland-VS. 2. Aanhoudingsverzoek i.v.m. nader onderzoek naar beroep op schending van ne bis in idem-beginsel. HR: art. 81.1 RO.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01863 U

Datum 2 februari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2020, nummer UTL-I-2020005097, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering

van

[de opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de opgeëiste persoon.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2021.